Zundert, voorm. heerl. in de bar. van Breda, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. en 3 u. Z. W. van Breda, kant. en 2 ½ u. Z. W. van Ginneken, gem. Zundert-en-Wernhout; palende N. aan de heerl. Rijsbergen, O. en Z. aan het marktgr. van Antwerpen, W. aan het markgr. van Antwerpen en het markgr. van Bergen-op-Zoom.
Aangezien deze heer1. uit de tegenwoordige gem. Zundert-en-Wernhout bestond, verwijzen wij, wat de grootte en bevolking betreft, derwaarts.
Zundert heeft in vorige tijden een gedeelte gehad dat aan den Hertog van Braband toebehoorde en daarom nog lang daarna het Hertogs genaamd werd, terwijl het andere gedeelte door de Heeren van Breda bezeten werd, waarom men het later het Nassausche noemde. Het Hertogs gedeelte alwaar nog, tot in de vorige eeuw, de gewoonten en regtsgebruiken van Santhoven onderhouden werden, terwijl men in het Nassausche gedeelte de costumen van Breda naleefde, werd den 8 Maart 1387, bij beleening, door Jan van Pollanen van Johanna, Hertogin van Brabant, verkregen.
Het schijnt echter dat Zundert later wederom een afzonderlijke heerlijkheid geweest is, althans wij vinden aangetekend: “Heer Jan van Schoonhoven, soenen Machtelden suster des Borggreven van Montenaken houd 't dorp van Sundert alsoe verre als dat, onder onsen ghenedighen Heere gelegen is, mitten vroenten ( Vroente of vrunte, gemene weide) ende ghemeynten daertoe behooren, mitten hoeven , huysingen , landen, beempden, heyden, weyden , moeren, groeven, molenen, wouweren ( Wouwer, vijver) mitten chynsen in ghelde, cappoenen, hoenderen ende wasse, jaerlix ghedroegende ende weert sijnde omtrent sesentwintig ovcrlentsche rius gulden (56 guld. 40 cents) hehooren noch totten toorn, goeder alle die stromen ende wateren tot Sunders mitten vischerien daertoe noch die gerichten tot drie schellingen toe, uytgenomen die hoogte heerlijckheijt mit erven ende ujterven, behooren noch totten selven goede sekeren manschappen; met twee schoven, thienden tot Sundert aen den hertganck; item 't derdendeel in twee schoven thienden tot Achtmale bij Weernout binnen Sundert; item noch die collatie ende gifte der uiren van der persoenschap van Groot-Sundert ende van der costeren ende andere benefitiën, die aldaer inder kercken gelegen sijn, hieraf heeft vercocht Heer Jan voors, Hugeman van Gageldonck, Heeren Peterssoenen was uyter thienden van Sundert twee schoven thienden den eenen tot Ween (Wernhout) ende den anderen t' Achtmale ende vijf sisteren rogs die te ghelden plach Henrick de Bie van der schoven thienden, die hij hield van Heer Janne voors.”
Na den dood van gezegde Jan van Schoonhoven, welke den 30 Julij 1451 voorviel, kwam de heerlijkheid Zundert aan Johanna van Schoonhoven, zijne dochter, gehuwd met Graaf Willem van der Marck, die haar, den 9 Februarij 1470 overgaf aan Jan Grave van Nassaus, als hebbende haar verruild tegen de heerlijkheid Luinen, bij Thiennen, in Braband.
Het wapen dezer heerl. bestond uit een veld van keel, met een keper van sinopel, vergezeld in het hoofd van twee leliën, in de punt van een kruis, hebbende in ieder hoek een kleiner kruis alles van zilver; het schild gedekt door eenen gouden kroon en vastgehouden door twee leeuwen van goud.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren.
Terug naar beschrijving van Zundert