Zevenbergen, gem. in de heerl. Zevenbergen, prov. Noord-Braband, arr. Breda, kant. Zevenbergen (12 k, d, 16 m. k,, 9 s, d.), palende W. en N. W. aan de gem. Klundert, N.O. aan de gem. Hooge-en-Lage-Zwaluwe, Z, O. aan Terheyden. Z. aan de Mark, die haar van Etten-en-Leur en Hoeven-en-St.-Maartens-polder scheidt.
Deze gem. bestaat uit de pold. de Oude-polder-van-Zevenbergen, den Geldersche-po1der, den Groote-Schenke1dijk, den Kleine-Schenkeldijk, den Koekkoek, dan Pelgrim- en-Bruinings-polder, Elderensland, het Hoogland-en-Jonkershoef, den Oude-Moerdijk, de Kleine-Noord-en-Slik-polder, Zandberg-en-Nieuwendijk en Huige-polder, benevens gedeelten van het Landeke-van-Hoogstraten, de Keensche-gorzen, de Gecombineerde-Oude-Noord-Toren-Oost-en-West-Meren-polders, den Nassau-polder, den Blok-polder, den Arembergsche-polder, den Bredasche-polder, den Roijale-polder, de Korte-Bloken en den Groote-Zonzeelsche-polder; bevat het vroegere stadje, thans d. Zevenbergen, het d. den Hoek of Zevenbergsche-Hoek, de geh. Calishoek, de Drie-Hoefijzers, Hazeldonk, het Lamsgat; Nieuwendijk, het Strooijedorp en Zandberg, benevens gedeelten van de geh, Blaauwesluis en het Slikgat; beslaat eene oppervlakte, volgens het kadaster, van 4910 bund. 80 v. r. 39 v. ell., waaronder 4363 bund. 28 v. v, 63 v. ell. belastbaar land; telt 601 h., bewoond door 907 huisgez., uitmakende eene bevolking van 4600 inw,, die meest in den landbouw hun bestaan vinden; ook heeft men er 4 meestoven, 5 bierbrouwerijen, 2 grutterijen, 1 leerlooijerij, en 2 wind- en 1 roskoornmolens.
De Herv., die er ruim 1000 in getal zijn, maken voor het grootste gedeelte de gem. Zevenbergen uit, en behooren gedeeltelijk tot de gem. Klundert.
De Christelijk-Afgescheidenen, die men er ongeveer 100 telt, maken eene gem, uit. — Men heeft er een enkele Remonstrant, een enkele Doopsgezinde en een enkele Evangel. Luth. welke laatste tot de gem. van Breda behoort.
De R. K., die men er 3500 aantreft, maken gedeeltelijk de par. van Zevenbergen uit, en behooren gedeeltelijk tot de par. den Hoek.
Men heeft in deze gem, vijf scholen, als: vier te Zevenbergen, en ééne aan den Hoek,
Het d. Zevenbergen ligt 3 u. N. W. van Breda, 4 u. W. Z. W. van Geertruidenberg, 2 u. N. O. van Oudenbosch , ter wederzijde van het Zevenbergsche-kanaal, die de Mark met de Roodevaart vereenigt en haar met het Ilollandsdiep gemeenschap geeft, en waarover eene houten ophaalbrug ligt, lang 8 ell., welke de beide deelen dezer plaats in gemeenschap stelt. Voorheen was hier veel doortogt, dewijl als toen de groote weg, van Antwerpen op den Moerdijk, over deze plaats liep; sedert het aanleggen van den straatweg over Breda heeft dit echter opgehouden, ofschoon de doorvaart van schepen, uit Holland naar Breda en elders, nog eenige levendigheid verwekt. Men wil, dat deze plaats oudtijds eene groote stad was en dat hiervan blijken gevonden zijn, die men, bij het opdelven van den grond tot den landbouw, ontdekt heeft. De overstroomiug, in het jaar 1421, heeft deze plaats aanmerkelijk doen verminderen. Eertijds was zij bewald en versterkt met een slot, dat nog in de leenbrieven, waarmede de Heeren en Vrouwen van Zevenbergen verlijd worden, uitdrukkelijk wordt gemeld, doch in het jaar 1427 is de plaats, door Filips, Hertog van Bourgondië, ontmanteld en sedert onbemuurd gebleven,
Ook moet hier eenigen tijd de munt van Holland gevestigd zijn geweest. Men vindt althans opgeteekend, dat oneenigheden, tusschen Dordrecht en Filips, Hertog van Bonrgondië, gerezen, dezen laatsten als Ruwaard van Holland, bewogen, in 1429, de munt van daar over te brengen naar Zevenbergen, van waar zij echter reeds, in het volgende jaar, weder binnen Dordrecht gevestigd is. In Maart 1430 ontving Filips de Goede 14,565 Engelsche nobels uit Engeland, die hij aan Jan van Braband, Partikuliermeester der munt te Zevenbergen, gaf, om er gouden klinkaarts van te slaan, hetgeen een verlies van 700 £; 13 sch.on en 6d. ten gevolge had. Blijkens een muntplakaat van den zelfden Hertog, van 1455, werd Zevenbergen als muntplaats opgegeven.
Het Gemeentehuis, aan de Markt, is een doelmatig ingerigt gebouw, met een torentje. Voorheen heeft hier, ten N. buiten de stad, de zoogenaamde Lobbekenstoren gestaan, welke vóór ongeveer 60 jaren is afgebroken.
De Herv. maken , met die uit het d. den Hoek, de geh. Blaauwesluis, Calishoek, de Drie-Hoef ijzers, Hazeldonk, 't Lamsgat en het Slikgat, eene gem. uit, welke 670 zielen telt, onder welke ruim 400 Ledematen. De eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Michaëlius Hogius, die er in 1610 kwam en in het jaar 1620 overleed.
De kerk, die vóór de Reformatie aan de H. Catharina was toegewijd, is tamelijk fraai, heeft eenen vierkanten toren en is van een orgel voorzien.
De R.K. maken, met die van de geh. Blaauwesluis, Calishoek, ‘t Lamsgat, en het Slikgat, eene par. uit, welke tot het apost. vic. van 's Hertogenbosch, dek. van Geertruidenberg , behoort, die 1640 Communikanten telt, en door eenen Pastoor en eenen Kapellaan bediend wordt. Na de Reformatie hebben de R. K. van Zevenbergen groote moeite en meermaals groote gevaren moeten doorstaan, om de gemeenzame oefening van hunne godsdienst te behouden. Na onderscheidene afgelegene en onaanzienlijke plaatsen tot de godsdienst gebruikt te hebben, hadden de R. K. tot meerdere veiligheid eene schuurkerk of bidplaats op eenigen afstand van Zevenbergen opgerigt. Omtrent het jaar 1690 was die schuurkerk binnen de plaats gebouwd, en werd bediend door Priesters uit de orde der Karmelieten. In 1720, toen er over het bouwen der kerkschuren zekere toelating of regels door de hooge overheid waren vastgesteld, hadden de R. K. om die kerkschuur nog te vernieuwen en te vergrooten, reeds alle de bouwstoffen verzorgd, en het oude gebouw afgebroken: doch op den 18 October van gemeld jaar 1720 werd, op verzoek der Zuid-Hollandsche synode, bij resolutie ter Staten van Holland, bevolen, het nieuw gebouwde binnen eene maand, tot den grond toe af te breken; en toegelaten, op den grond der oude schuur wederom eene houte schuur, ter grootte, lengte, breedte, hoogte, fatsoen, zoo als die oude schuur was geweest te doen maken. Doch in het jaar 1837 is hier eene geheele nieuwe kerk gebouwd, waartoe uit 's Rijks kas eene som van 12,000 guld. verstrekt werd. Dit bedehuis, even als de vorige aan de H. Bartholomeus toegewijd, is een langwerpig vierkant gebouw, met een rond koepeltorentje op den voorgevel en inwendig op pilaren rustende. Zij is van een orgel voorzien.
Men heeft er een Departement der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, hetwelk den 1 Januarij 1829 opgerigt is en 15 leden telt; eene Afdeeling van het Nederlands Bijbelgenootschap, en eene Oude Schutterlijke Vereeniging, naar Sr. Joris genoemd en opgerigt in het jaar 1545, later, bij besluit van zijne Majesteit, Willem I bevestigd, in vroeger tijd was daaraan ook mede het boogschieten verbonden; getuigen daarvan noch eene weide, aan dat gild toebehoorende en de daarbij geslaan hebbende staak, die, in het jaar 1843, echter weggenomen is, Bijzoonder echter was deze vereeniging ook bestemd, om daaruit eertijds de leden der Regering van Zevenbergen te verkiezen, en ofschoon dit laatste nu ook vervallen is, en het schieten naar, den vogel bij het schild van Sy. Joris ten eenen male is afgeschaft, bestaat die vereeniging echter nog; houdt jaarlijks op den verjaardag des konings eene gemeenschappelijke vergadering, en bedient zich dan, bij de inwijding van hare nieuwe leden, van eenen kostbaren en zlivcren halskraag, terwijl de leden onderling zich tot het begraven van de overledenen hunner familien verbonden hebben. Thans telt deze vereeniging 20 Leden.
Men heeft er ook eeu Distributiekantoor voor de brievenposterijen.
Men heeft er vier paarden- en beestenmarkten; de eerste, zijnde de voorjaarsmarkt den derden Woensdag in April; de tweede op Woensdag, volgende in de eerste week na 24 Augustus; de derde den eerste Woensdag in October en de vierde op de drie eerste Woensdagen in November.
Zevenbergen is de. geboorteplaats van den Zedeschrijver Henricus Septimontius (Hendrik van Zevenbergen) die in 1343 als Pastoor te Diest overleed;
Van den Kruidkundige Emanuel Sweers, geb. in 1551 † in 1602;
Van den Nederduitsche Dichter Jacob Zeeds, geb. 14 Februarij † 27 November 1718;
Van de Latijnsche Dichters: Marinus Pilius, † in 1505 en Fredericus Wilhelmus Westhovius, † in 1700;
Van den Geschiedschrijver Francisus Francken, † in 1617 als Pensionaris van Gouda.
In 1421 werd een groot gedeelte van deze plaats door den vloed weggespoeld.
Heer Gerrit van Strijen, Heer van Zevenbergen, hield zeer getrouw de zijde van vrouw Jacob van Beijeren, waarom Filip, Hertog van Bourgondië, zich in 1426 tot het beleg van die stad begon gereed te maken. Doch het werd eerst, in den aanvang des volgenden jaars ondernomen. Het duurde eenen geruimen tijd, door de dappere verdediging des Heeren van Zevenbergen, die zich eindelijk op den 16 April genoodzaakt zag, de stad op en zich met de krijgsgevangenen over te geven. Gerrit werd gevankelijk naar Rijssel vervoerd, alwaar hij op het kasteel in hechtenis gehouden werd, tot na den dood van Jacoba, in het jaar 1437.
In het jaar 1590 werd deze stad door Karel, Grave van Mansfeld, bemagtigd en deerlijk geplunderd.
Den 19 Augustus 1845 , des namiddag ten vijf ure, werd Zevenbergen geweldig door eene hoos geteisterd, die uit bet Zuidwesten opkomende, na eenige, ofschoon geringe, verwoesting te Zegge bij Rucphen en den Oudcnbosch te hebben aangerigt, over Zevenbergen losbrak; terwijl zij daarna, op den weg naar de Zwaluwe, ook nog eenige boomen ontworteld en geveld hebbende, in dit dorp eene aanmerkelijke verwoesting heeft aangerigt en eindelijk hare krachten uitgeput hebbende; in het Hollands-diep nedergezonken en verdwenen schijnt te zijn. In de gem. Zevenbergen werden daardoor 12 huizen en 26 schuren geheel vernield, 75 huizen en schuren dermate geteisterd, dat zulks met vernietiging gelijk staat en 175 schuren ten deele beschadigd. Verbazend was het te zien, welk eene kracht de windhoos op de R. K. kerk had uitgeoefend. Het dak dier kerk toch was aan de oostzijde met de bekleeding en daksparren afgewaaid en verbrijzeld ter oppervlakte van 312 v. ell,, onderscheidene gordingen waren afgeslagen en daarenboven bijna de geheele bekleeding met het lood van den nok afgescheurd, 13 Ned. ell. muurplaat waren geligt en het lood der goot over eene lengte van ongeveer 20 ell. geheel afgescheurd verschrikkelijk was het boven aan het metselwerk de uitwerkselen te zien zijnde onderscheidene schoren geheel weggenomen, de planken bekleeding van het dak aan flarden, het gedeelte, dat nog was blijven liggen, gegolfd en geheele klompen lood van den nok afgescheurd. Binnen in het gebouw begon de scheuring bij het tweede raam, en strekte zich uit over eene lengte van ongeveer 33 ell., in het midden daarvan was de muur 2¼ duim omgezet. Deze scheuring en voortzetting had plaats op gemiddeld 1½ ell. boven den vloer binnen de kerk, terwijl ook een der togen boven het raam gescheurd was. Aan de oostzijde bestond de overzetting over bijna geheel de lengte, maar aan die zijde op eene gemiddelde hoogte van 25 duimen boven den vloer, klimmende deze scheuring tot bij het kleine altaar, waar zij op 1½ ell. boven den vloer eindigde. Alle de steunpilaren, die in het midden van het gebouw gevonden werden, hadden bijna de zelfde overzetting als de muren. Het is duidelijk en zeker, dat dit nieuw en hecht kerkgebouw, de windhoos in zoo verre gestuit heeft, dat zij westwaarts afweek en de huizen aan de wesuijde van het kanaal vernielde, anders was het aanzienlijkste gedeelte dezer plaats benevens de Herv. kerk getroffen geworden. De schade, enkel aan gebouwen, werd te Zevenbergen begroot op f 160,000. Bovendien had de landman op den akker ontzettend veel geleden. Immers, behalve dat de rijp te veld staande granen door die verschrikkelijke windvlaag half gedorscht waren, werden duizende schoven van den grond opgenomen en door de lucht heengeslingerd. Gelukkig echter heeft men , bij deze ramp, slechts 5 menschenlevens te betreuren gehad.
Het wapen dezer gem. bestaat uit een veld van zilver, met drie St. Andrieskruisen van keel. uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Zevenbergen