Zevenbergen of het Land-van-Zevenbergen, heerl., voorheen tot de prov. H olland behoorende, thans Noord-Braband, Vierde distr., arr, Breda, kant. Zevenbergen; palende N. W. aan de Roode-Vaart, die haar van de heerl. Niervaart scheidt, N. aan het Hollandsdiep, O. aan de heerl. Hooge-en-Lage-Zwaluwe, Z. aan de bar. van Breda, waarvan zij door de Mark gescheiden wordt, Z.W. en W. aan het markgr. van Bergen-op-Zoom.
Deze heerl. bestaat uit de gem. Zevenbergen en een gedeelte van de gem. Klundert, bevat het voorm, stadje, thans d. Zevenbergen en de dorpen Moerdijk en den Hoek, en telt 670 h. en ruim 5000 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden.
De Herv., die er 1380 in getal zijn, onder welke 750 Ledematen, makende gem. van Zevenbergen en Moerdijk uit en behooren gedeeltelijk tot de gem. Klundert. — De R. K., van welke men er 3600 telt, onder welke 2500 Commuaikanten, makenn de par. van Zevenbergen eu den Hoek uit.
Men heeft in deze heerl, zes scholen, als vier te Zevenbergen, ééne aan den Moerdijk, en één aan den Hoek.
Uit de benaming zou men zich ligt kunnen verbeelden, dat de landstreek hieromtrent rijzende of bergachtig is, doch de tegenwoordige toestand geeft hiervan niet alleen geen denkbeeld, maar men vindt in 's lands gedenkschriften niets, dat tot deze gedachten, aanleiding kan geven, in het tegendeel wordt er getuigd, dat de stad weleer eene zeestad is geweest, en dat hieromtrent nog overblijfselen van zeeschepen zijn opgegraven. Dit geeft gelegenheid tot eene veronderstelling, dat de stad en het land van Zevenbergen, dien naam gekregen heeft van zeven waterstroomen, killen of kreeken, waarin de schepen konden geborgen worden. Men moet bekennen, dat de landen in dit oord, zooveel veranderingen van overstrooming en aanwas ondergaan hebben als bijna ergens in Holland; waarom niet ligtelijk alles, wat van de oude tijdcn omtrent hunnen toestand getuigd wordt, moet verworpen worden, Staar het is tevens vreemd, dat men aangeteekend vindt, hoe men voor den inbraak van den grooten waard, langs een hoogen zeedijk van Zevenbergen tot Strijen kon rijden zonder over te varen, hetwelk ten minste te kennen geeft, dat deze zeven kreeken of killen reeds vroeg in de vijftiende eeuw geen gemeenschap met Zevenbergen moeten gehad hebben.
Zevenbergen heeft onder Strijen behoort tot in 1290, toen Willem van Strijen, na het overlijden van zijnen vader Hugo, dit land tot leen ontving van zijnen oom, mede Willem geheeten. In de uitgift wordt deze heerl. bepaald als liggende tusschen de Okkerlake en de Lindonk. Na Willem van Strijen, die de eerste heer van Zevenbergen was, en zich daarom later Willem van Zevenbergen noemde, bleef de heerlijkheid nog lang in zijn geslacht, totdat zij door het huwelijk van Magdalena, erfdochter van Zevenbergen, met Cornelis van Glimes, overging in het huis Van Bergen en vervolgens in dat an Ligne en Arenberg. Naderhand werd er Amailai van Solms, weduwe van Frederik Hendrik, Prins van Oranje, in 1649, mede verlijd. Filips IV , Koning van Spanje, had, staande de onderhandeling over den vrede te Munster, deze heerl. reeds in het begin van het jaar 1647 , bij een bijzonder traktaat, aan Hare Hoogheid afgestaan tegen eenige goederen den Prins in de Spaansche Nederlanden toekomende. Prins Willem II deed op het einde van het zelfde jaar wel eenige veranderingen in het traktaat maken, maar de heerlijkheid bleef aan de Prinses. Hierdoor kwam Zevenbergen bij opvolging in de nalatenschap van Willem III, Koning van Engeland, en is, bij de verdeeling dezer heerlijke goederen, aan den toenmaligen Stadhouder van Holland, Willem V , Prins van Oranje, te beurt gevallen, zoo dat zij thans aan het Domein behoort.
Het wapen dezer heerl. bestaat in een veld van zilver, met drie St. Andrieskruisen van keel.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Zevenbergen