Vlaanderen (Zeeuwsch-), naam , welken men thans veelal geeft aan dat gedeelte van het voorm. graafs. Vlaanderen, hetwelk tijdens het bestaan van de republiek der Vereenigde Nederlanden, onder den naam van Staats-Vlaanderen tot de Generaliteitslanden behoorde, met uitzondering van de pold. van den Doel, St. Anna en een deel van Ketenisse, benevens de forten Lillo en Liefkenshoek, welke nu tot het koningrijk België behooren. Het maakt thans het zuidelijke gedeelte der prov. Zeeland uit, en grenst N. aan de Noordzee en de Hont of Wester-Schelde, die het van de eilanden Walcheren en Zuid-Beveland scheidt, O. aan de Belgische prov. Antwerpen, Z. aan de Belgische prov. Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen, Z. W. aan West-Vlaanderen.
Het grondgebied van Zeeuwsch-Vlaanderen is verdeeld in twee districten, dat van Sluis en Hulst, en in 4 kant. Sluis en Oostburg (ressorterende onder het judicieel arr. Midde1burg) en Axe1 en Hu1st (onder dat van Goes ), uitmakende 37 burg. gem., te weten: Aardenburg, St. -Anna-ter-Muiden, Axel, Biervliet, Boschcapelle, Breskens, Clinge, Eede, Graauw-en-Langendam, Groede, Heille, Hengstdijk, Hoek, Hontenisse, Hoofdplaat, Hulst, St. Jansteen, Kadzand, IJzendijke, Koewacht. St. Kruis, Neuzen, Nieuwvliet, Oostburg, Ossenisse, Overslag, Philippine, Retranchement, Sas-van-Gent, Schoondijke, S1uis, Stoppeldijk, Waterlandkerkje, Westdorpe, Zaamslag, Zuiddorpe en Zuidzande.
Het beslaat eene oppervlakte, volgens het kadaster, van 71,220 bund. Men telt er 9190 h., bewoond wordende door 10,562 huisgez., uitmakende eene bevolking van 55,000 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw, scheepvaart, en kleinhandel, en bovendien de volgende fabrijken hebben , als: 15 bierbrouwerijen, 1 azijnmakerij , 4 zoutkeeten, 1 zeepziederij, 9 stijfselfabrijken, 3 oliemolens, 2 blaauwverwerijen, 2 cichoreifabrijken, 11 meestoven , 10 leerlooijerijen, 1 pottenbakkerij, 6 steenbakkerijen, 64 wind-korenmolens, waaronder 8 die ook mout malen, 8 touwslagerijen van dun werk, 1 schorsmolen en 4 boekweit-paardenmolens. Deze landstreek heeft in het jaar 1845 139,290 ton derrik of turf opgeleverd.
De Herv., die er ongeveer 24,700 in getal zijn, onder welke 11,000 Lede-maten, maken de volgende 23 gem. uit, als: Aardenburg, St. Anna-ter-Muiden, Axel-en-Zuiddorpe, Biervliet, Breskens, Groede, den Hoek, Hontenisse-en-Ossenisse, Hoofdplaat, Hulst, IJzendijke, Kadzand, St. Kruis, Neuzen, Nieuwvliet, Oostburg, Retranchement, Sas-van-Gent-en-Philippine, Schoondijke, Sluis-in-Vlaanderen, Waterlandkerkje, Zaamslag en Zuidzande.
De Christelijk-Afgescheidenen, die er ruim 460 in getal zijn, maken de gem. van Axel, Groede, Neuzen en Zaamslag uit. — De 50 Doopsgez., die er wonen, maken de gem. van Aardenburg en de Evang.-Luth., die men er 150 aantreft, de gem. van Groede uit.
De R. K., die men er 30,000 telt, onder welke 20,180 Communikanten, maken de volgende 22 par. uit: Aardenburg, Boschkapelle, Eede, Graauw-en-Langendam, Groede, Hengstdijk, Hontenisse, Hoofdplaat, Hulst, St. Jansteen, IJzendijke, Koewacht, Lamswaarde, Neuzen, Oostburg, Ossenisse, Philippine, Sas-van-Gent, Sluis, Stoppeldijk, Westdorpe en Zuiddorpe.
De lsr., van welke er ruim 80 wonen, behooren tot de ringsynagoge te Middelburg.
Hen heeft er 42 scholen, als: ééne te Aardenbarg, ééne de St.-Anna-ter-Muiden, ééne te Axel, twee te Biervliet, ééne te Breskens, ééne te Boschkapelle, ééne te Eede, ééne te Graauw, drie te Groede, ééne te Hengstdijk ,ééne te Hoek, ééne te Hoofdplaat, twee te Hulst, ééne te St. Jansteen, twee te IJzendijke, ééne te Kadzand, ééne te Kloosterzande, ééne te Koewacht, ééne te St. Kruis, ééne te Lamswaarde, ééne te Neuzen, ééne te Nieuwvliet, ééne te Oostburg, ééne te Ossenisse, ééne te Overslag, ééne te Philippine, ééne in het Retranchement, ééne te Sas~van-Gent, twee te Schoondijke,ééne te Sluis, ééne te Stoppeldijk, ééne te Waterlandkerkje, ééne te Westdorpe, ééne te Zaamslag, ééne te Zuiddorpe en ééne te Zuidzande.
Deze landstreek, voornamelijk het vierde distrikt, was gedurende de jaren 1831 en 1832 in staat van tegenweer gesteld. Bij het dorp Schoondijke was toen een fort met hooge wallen en eene vrij diepe gracht omgeven. Oostburg, IJzendijke en Sluis waren in staat van verdediging gebragt; door de aanwending van waterwerken, werd dit land als toen grootendeels in een versterkt kamp herschapen.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Zeeuwsch-Vlaanderen