Wouw, gem. in het markgr. van Bergen-op-Zoom, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. Breda, kant. Bergen-op-Zoom (14k. d., 18 m. k., 7 s. d.); palende N. aan de gem. Steenbergen-en-Kruisland, O. aan Roosendaal-en-Nispen, Z. aan de Belgische gem. Esschen en Calmpthout en aan de gem. Huibergen, W. aan Bergen-op-Zoom en N. W. voor een klein gedeelte aan Halsteren.
Deze gem. bevat de d. Wouw en Heerle, benevens de geh. Hazelaar, Moerstraten, Oost-Laar, de beide Speldestraten, Vijfhoek, West-Laar en Wouwsche-Hil; beslaat, volgens het kadaster, cene oppervlakte van ruim 5152 bund., waaronder 5029 bund. 67 v. r. 16 v. ell., belastbaar land; telt 442 h., bewoond door 532 huisgez., uitmakende eene bevolking van 3020 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden. Ook heeft men er 1 terpentijn-, teer- en houtzuurfabrijk, 2 bierbrouwerijen, 1 pannen- en 5 steenbakkerijen, 6 leerlooierijen, 3 windkorenmolens, waarvan een tevens mout- en een ander tevens run- of schorsmolen is, en een stoomkoorn- en oliemolen. Vroeger had men mede hier een groot getal bierbrouwerijen, doch deze hebben, op twee na, opgehouden te bestaan.
De inw., die er, op 40 na, allen R. K. zijn, maken de par. van Wouw en Heerle uit.
De 25 Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. Roosendaal-Nispen-en-Wouw. Vroeger had Wouw een eigen Predikant, zijnde de eerste, die in deze gem. het leeraarambt heeft waargenomen, geweest Jacobus Craan, die in het jaar 1743 herwaarts kwam, en in het jaar 1763 is overleden. Nadat echter Johannes Cornelis Lotichius, die hier sedert het jaar 1788 stond, in 1825 emeritus was gewosden, is deze gem. met Roosendaal-en-Nispen gecombineerd.
De 15 Isr., die men er telt, behooren tot de ringsynagoge van Roosendaal.
Men heeft in deze gem. 3 scholen, ééne te Heerle, ééne te Wouw, en ééne te Moerstraten, welke gezamenlijk gemiddeld door 120 leerlingen bezocht worden.
Het d. Wouw, volgens sommigen eigenlijk Woude, ligt 5½ u, W. ten Z. van Breda, 1½ u. O. N. O. van Bergen-op-Zoom, aan den straatweg tusschen die beide steden, waaraan de, schier allen aaneengebouwde, huizen, over eene bogtige lengte van ¼ u. gaans, ter wederzijden gelegen zijn. Het is dus een groot en volkrijk dorp, doch onbevallig en niet fraai. Alleen het ruime, vierkante marktplein, met boomen beplant en versierd met het dorpshuis en twee fraaije arduinsteenen, in 1768 gemetselde, pompen, heeft eenig aanzien, Men telt er in de kom van het d. 146 h, en ruim 960 inw. en met de kerkelijk daartoe behoorende geh. Oost-Laar, West-Laar, Wouwsche-Hil, Speldestraten en Moerstraten, 353 h. en ruim 2350 inw.
Dit d. zal den naam ontvangen hebben, van een nabij gelegen woud, waarvan deze geheele landstreek voorheen rijkelijk is voorzien geweest.
De inw., die er op ruim 40 na allen R. K. zijn, maken eene par. uit, welke tot het apost. vic. van Breda, dek. van Bergen-op-Zoom, behoort, en door eenen Pastoor en twee Kapellanen bediend wordt. De kerk, aan den H. Lambertus toegewijd, is een kruisgebouw, dat in het jaar 1414 gesticht is. Deze kerk was na de Reformatie aan de Herv. overgegaan. In het laatst der voorgaande eeuw was het voorste gedeelte, waarop de toren stond, geheel vervallen, ook had toen de toren geen spits meer. In het jaar 1820 echter weder aan de R K. gekomen, is zij door hen hersteld. Het is een ruim kruisgebouw van duifsteen, met eenen hoogen vierkanten toren, met korte spits, terwijl op het kruis nog een kloktorentje staat, en is van een orgel en vijf altaren voorzien. Inwendig pronkt de kerk met eikenhouten kanunnikenbanken, met uitmuntend houtsnijwerk en 22 beelden van heiligen versierd, die, even als nog 8 dergelijke beelden, meesterlijk zijn gesneden door eenen Monnik; deze zijn uit het klooster van St, Bernhard in Antwerpen herwaarts gebragt.
De kermis valt in den 17 September.
Arnold van Hove en zijne echtgenoote Elizabeth, Heer en Vrouwe van Breda, verkochten, in den jare 1277 het tiendregt, nevens het Patronaatschap van Wouw, aan de Abdij van St. Bernard, zoodat het eene der zes pastorijen werd, welke door de Abten van St. Bernard begeven werden. Ook ontmoette men hier weleer een Nonnenklooster St. Catharinadal te Wouw genaamd, hetwelk, door bovengenoemden Heer en Vrouwe van Breda, in het jaar 1279, met eenige goederen beschonken werd.
Als in 1747 de, Franschen de stad Bergen-op-Zoom belegerden, hadden zij dit dorp, aan de westzijde met veldwerken voorzien en met troepen bezet. De Generaal von Schwartzenberg, met een gedeelte van het Staatskrijgtsvolk, ter zelver tijd, bij den Oudenbosch geplaatst, ondernam daarom den 10 Augustus, in den vroegen morgen, onderscheidene aanvallen op dit dorp; ten einde, ingeval men dezen post had mogen vermeesteren, iets ter ontzetting der gemelde slad te kunnen toebrengen, waartoe bij, door het ander gedeelte van het Staatsleger, hetwelk achter de linie van Bergen-op-Zoom lag, en door de bezetting van Steenbergen zou geholpen worden. Daar echter de vijand, door sommige overloopers van den aanmarsch verwittigd was, zond de Graaf van Löwenthal terstond, uit de legerplaats voor Bergen-op-Zoom, eenige versterking derwaarts, waardoor de Staatschen , na eenige vruchtelooze aanvallen gewaagd te hebben, genoodzaakt werden, met verlies, af te trekken vóór dat de troepen uit de linie konden aanrukken.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Wouw