Wernhout of Weernhout, bij de landlieden gcwoonlijk Weenhout, ook wel enkel Ween geheeten, geh. in de bar. van Breda, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. en 4 u. Z. Z. W. van Breda, kant. En 3˝ u. Z. W. van Ginneken, gem. Zundert-en-Wernhout, ˝u. Z. Z. W. van Groot-Zundert, ľu. van de Belgische grenzen, aan den straatweg van Breda op Antwerpen.
Het was voorheen eene op zich zelve staande hooge heerlijkheid die in 1453 door den Graaf van Oostervant bezeten werd en in 1487 aan den Heer van Culemborg kwam In latere tijden is het vele jaren in het bezit geweest bij het geslacht Van Aerssens, van hetwelk Willem III, Koning van Groot-Brittanje, het op het einde der zestiende eeuw gekocht heeft, en uit diens nalatenschap kwam het weder aan Johan Willem Friso. Het was een opper- of hoofdleen van het leenhof van Braband, waarvan vele leenen en zelfs eenige achterleenen afhangig waren en waar ook van ouds, niet ver van de Mark, een adcllijk huis moet gestaan hebben. Men telt er in de kom van. het geh. 20 h. en 100 inw., en met de daartoe behoorende omliggende h. 460 inw. Ook is hier eene bierbrouwerij. Het bestuur van Zundert heeft aldaar ook nog het vrije gebruik van eene kamer en kelder, tot het houden van vergaderingen enz., en wel in de huizinge thans toebehoorende aan F. Brosens, welks huis vroeger voor een gedeelte tot Raadhuis is gebezigd.
Na het herstel der gemeenschap met België, in 1839, is te Wernhout, door het Rijk, een fraai en doelmatig gebouw gesticht, bestemd tot woning van den Ontvanger en het kantoor der in- en uitgaande regten, alwaar de aangifte geschieden moet van alle langs den gemelden straatweg uit België ingevoerde en derwaarts uitgevoerde waren en koopmanschappen.
De kermis te Wernhout valt in den eersten Zondag na St. Michiel. uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Wernhout