Tilburg, heerl. in de Meijerij van 's Hertogenbosch, kw. Oisterwijk, prov. Noord-Braband, arr. 's Hertogenbosch, kant. Tilburg; palende N. W. aan Dongen, N. aan Loon-op-Zand, N. O. aan Udenhout, O. aan Berkel, Enschot en Heukelum, Z. aan België, W. aan Hilvarenbeek, Riel, Gilzen en Rijen.
Deze heerl. bevat de gem. Tilburg en Goirle, beslaat eene oppervlakte, volgens het kadaster, van 10,490 bund., waaronder 10,179 bund. 33 v. r. 71 v. ell. belastbaar land; telt 2601 h., bewoond door 2901 huisgez., uitmakende eene bevolking van ruim 15,000 inw., die meest in landbouw en fabrijkwerk hun bestaan vinden.
De R. K., die er ruim 14,700 in getal zijn, onder welke ruim 10,300 Communikanten, maken de par. van Tilburg-aan-het-Heike, Tilburg-aan-het-Goirke en Goirle uit, welke in deze heerl. ieder eene kerk hebben.
De Herv., die er 160 in getal zijn, maken de gem. van Tilburg-en-Goirle uit.
Men heeft in deze heerl. acht scholen, welke gezamenlijk, gemiddeld door een getal van 1800 leerlingen bezocht worden.
Deze heerl. werd, den 17 November 1387, door Johanna, Hertogin van Braband, verpand voor 4000 oude frankische schilden (9275 guld) aan Paulus van Haastrecht; vervolgens werd deze heerlijkheid, wijl de pandpenningen niet konden afgelost worden, door de Aarts-Hertogin Isabella Clara Eugenia erflijk verkocht aan Huibert van Malsem, onder voorwaarde, dat de kooper de vorige pandpenningen zoude aflossen, en dan nog aan haar betalen 5000 ponden Vlaamsche munt van veertig grooten het pond, dat is van eenen gulden. Door het huwelijk van Huibert van Malsems dochter met Jonker Antoon Schetz, Baron van Grobbendonk, Overste in Spaansche dienst en Gouverneur van ’s Hertogenbosch, kwam deze heerl. in het geslacht Van Grobbendonk, waarin zij verbleef tot in bet jaar 1710 toen zij verkocht werd aan Willem, Landgraaf van Hessen-Kassel. Vier en veertig jaren heeft zij aan het huis van Hessen behoort, doch toen werd zij aangekocht door Gisbertus Steenbergenis, Graaf van Hogendorp, Vrijheer van Hofwegen, door wiens nazaten zij thans nog bezeten wordt, wordende de heerlijke regten, voor zoover die nog bestaan, uitgeoefend door Mevr. Johanna Maria van der Sleyden, douairiere Diederik Johan François, Grave van Hogendorp van Hofwegen.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Tilburg