Tholseinde, pold. in het eil. Zuid-Beveland, prov. Zeeland, arr. en kant. Goes, gem. Yerseke; palende N. aan den Molen-polder, O. aan het verdronken land van Zuid-Beveland, Z. en Z. W. aan den Polder-van-Kruiningen, W. aan de Moeren van Yerseke.
Deze pold. is in het jaar 1636 bedijkt, en in 1669, na verlies, herwonnen. Men heeft er 1 h, zijnde eene boerderij. Hij wordt door eene sluis, op den Molen-polder, van het overtollige water ontlast.
Het polderbestnur bestaat uit eenen Dijkgraaf en eenen Gezworene.
Het schijnt dat deze pold. in de zeventiende eeuw in twee deelen gesplitst is, welke ieder eenen afzonderlijken polder uitmaakten, onderscheiden in Oud-Tholseinde en Nieuw-Tholseinde; althans wij vinden op eene lijst van pold., welke den 26 Januarij 1682 zijn ondergevloeid, Oud-Tholsende en Nieuw-Tholsende vermeld.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Tholseinde