Tholseinde, Tolseinde of Het Oltseinde, voorm. amb. op het eil. Zuid-Beveland, prov. Zeeland, ter plaatse waar tegenwoordig het Verdronken-Zuid-Beveland ligt.
Dit amb. schijnt in Tholseinde-Binnen en Tholseinde-Buiten te zijn onderscheiden geweest. Het eerste gedeelte hetwelk de grootte had van 1102 gem. 39 roed. (506 bund. 6 v. r. 7 v. ell), was gelegen Bewesten-Yerseke; het andere, dat 452 gem. 93 roed. (207 bund. 40 v. r. 93 v. ell.) besloeg, lag Beoosten-Yerseke. De groote vloed van 8 November 1530, overdekte het. Een deel daarvan schijnt in het jaar 1636 herdijkt te wezen, hetwelk, ten jare 1641, groot bevonden werd 334 gem. 126 roed. (150 bund. 21 v. r. 89 v. ell). Onderscheidene malen heeft dat herdijkte deel nog door overstrooming moeten lijden; ten jare 1659 beklaagden de Ambachtsheeren zich bij 's Lands Staten, dat hun reeds ten derden male een dergelijk ongeluk getroffen had, tevens te kennen gevende, dat zij, tot berdijking gezind waren, mits hun de vrijheden werden toegestaan, die bij eene vorige bedijking vergund waren, en den 27 Maart 1664, verzochten zij vernieuwing van het octrooi hun den 30 April 1638, tot herdijking vergund geweest; hetwelk hun den 8 Junij 1665 werd toegestaan. Toen zij tot deze beversching, den 6 Maart 1666, tot den tijd van zeven jaren onderscheidene vrijdommen verzochten, werd hierop het berigt van 's Lands Rekenkamer ingewonnen, en vervolgens den 5 Junij van dat zelfde jaar dit verzoek toegestaan; dat ook op 6 Februarij 1669, op nieuw vergund werd. Dit geschied zijnde. schijnt het gene hier aangewonnen was, den 22 September 1671 op nieuw overvloeid te wezen, en sedert al weder in het drooge gelegd.
Er bestond een dorp van dien naam, aan de Yerseke, Z. W. van Duvenée, N. W. van Nieuwlande, welks kerk onder het bisdom van Utrecht, en tot het dekenschap van Zuid Beveland behoorde. Ook beeft een edel geslacht zich hiernaar genoemd, zoo als in het 1400 daarvan nog leefde Heer Wouter van Oltsende, getrouwd met Clara van Maelstede, die gewonnen hebben Adriaan van Oltsende. Deze had tot echtgenoot Isabeau de Vilain en eenen zoon, Dignus van Oltsende, die teu huwelijk nam Elisabeth van Baersdorp, en weder een zoon achterliet Cornelis van Oltsende, getrouwd met Sara van Dalen, van welke eene dochter overgebleven is. Ook vindt men dat in het jaar 1470 deze heerlijkheid verkocht is door de weduwe van Hendrik van Wissekercke, aan haar mans broeder, Anathonie van Wissekercke; vervolgens moet dit ambacht gesmaldeeld zijn geworden, want ten jare 1789 waren hier Ambachtsheeren de erven van Pieter Anthonij de Huybert, Mr. Johan Pieter van den Branden, Ridder, Baronnet; de erven Adriaan Paardekooper, Mr. Bastiaen Nebbens, Quirinus Dominicus en François Bernardus Henricus Regerius van der Gracht. Hetgeen thans van dit ambt nog over is, maakt nog eene heerl. uit, gelegen in het arr. en kant. Goes, gedeeltelijk gem. Kruiningen, gedeeltelijk gem. Yerseke; palende N. aan Yerseke, O. aan het verdronken land van Zuid-Beveland, Z. en W. aan de heerl. Kruiningen.
Deze heerl. bestaat uit het zuidelijke deel van den pold. Tholseinde en een strook lands ter Noordoosten vanden pold. Kruiningen. Zij bevat noch dorp noch gehucht, maar eenige verstrooid liggende huizen. Zij beslaat onder Kruiningen, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 32 bund. 81 v. r. 26 v. ell., waaronder 23 bund. 77 v r. 26 v. ell. schotbaar land; telt 7 h., bewoond door 7 huisgez., uitmakende eene bevolking van 45 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw.
De inw., die allen Herv. zijn, behooren tot de gem. van Kruiningen. — Men heeft in deze heerl. geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Kruiningen.
Het wapen dezer heerl. beslaat uit een schild van keel, met eene keper vergezeld van drie meerlen, alles van zilver (Hierdoor vervalt het onvolledig art. Oltseinde (Het ) D. VIII, bl. 456).

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Tholseinde