Tholen, eil., prov. Zeeland , het oostelijkste der Zeeuwsche eilanden en het naast aan de prov. Noord-Braband, waarvan het door de Eeudragt gescheiden is. Het heeft ten W. en Z. W. van zich de eilanden Noord- en Zuid-Beveland, ten Z. het verdronken Land-van-Zuid- Beveland, ten O. de prov. Noord-Braband, ten N. het eiland St.Phihpsland en ten N. W. Dniveland. De Ooster-Schelde vloeit langs de zuid- en zuidwestzijde van dit eiland heen. Aan de noordwestzijde wordt het bespoeld door het Keeten, hetwelk door bet Zijpe en eenige kleine kreken gemeenschap heeft met het Krammer. Eene dier kreken genaamd de Mosselkreek, loopt aan de noordzijde, langs Tholen heen, tot in de Eendragt. Aan dezen kant van het eiland Tholen, tusschen dit en St. Philipsland, ter breedte van een klein half uur gaans, is het vol gorzen en zandige slikken, waarvan er aaa dit eiland aangedijkt worden.
De lengte van bet eiland, van de stad Tholen, noordwest aan gemeten, is ruim drie uren, de breedte over dwars anderhalf uur gaans en de geheele omtrek ruim acht uren.
Dit eiland, hetwelk oudtijds genoemd werd het Land-van-derTholen, heeft buiten twijfel zijnen naam van de stad Tholen of van het oude dorp van Ter Tholen. De landen, waaruit dit eiland is zamengcsteld, droegen in het eerst den naam van het dorp of de stad , die daarop gelegen was; als het Land-van-Stavenisse, het Land-van-St.-Maartensdijk, het Land-van-Poortvliet en het eigenlijke Land-van-Tholen, welke door wateren en kreeken van elkander gescheiden waren. Nadat alle die deelen tot een eiland zamen gevoegd zijn, worden zij thans alle, met de aangedijkte landen, onder den naam van het eiland Tholen, als de eenige stad daarin zijnde begrepen.
De landen en polders, die, door hunne zamenvoeging, het tegenwoordige eiland Tholen uitmaken, verschillen zeer in den tijd hunner eerste bedijking. Het eigenlijk Land-van-Tholen, is een der oudste eilanden van Zeeland en wordt mede gerekend onder die, welke sedert het jaar 850 zijn bedijkt. Wanneer de eerste bedijking daarvan geschied zij, blijkt echter niet, maar het is waarschijnlijk, dat dat gedeelte ten zuidwesten van de stad Tholen, hetwelk genaamd wordt het Oude-land, eerst hedrjkt en door aanwas van de schorren en slijken, ten Zuiden, Westen en ten Noorden, vergroot zij. Van den tijd der bedijking van de andere landen heeft men meer zekerheid.
Gedurende den tachtigjarigen oorlog zijn, zoowel op dit eiland, aan deze zijde der Eendragt, als op den Brabandschen wal aan de anden zijde dier rivier, eene menigte forten, schansen en batterijen aangelegd. Zoo lagen ten Noorden van de voormalige vesting Tholen, welke het hoofdpunt uitmaakte, aan den westelijken oever, de schansen Kallekenskint, Karnemelkspot, het Botshoofd, de Papemuts, de schans aan het Nieuwe-veer en het Spaansch-bolwerk, en daar tegenover op den oostelijken oever de forten Zeeland, Maurits en Oranje; ten Zuiden der vesting lagen twee redoute, aan deze en daar tegenover aan gene zijde der rivier, het fort Nassau. Van sommige dezer versterkingen zijn nog sporen zigtbaar. Zie verder die art.
In het eil Tholen liggen, behalve de st. Tholen, de volgende heerl.: St. Annaland, St. Maartensdijk, Poortvliet, Schakerloo, Scherpenisse, Stavenisse, Nieuw-Strijen, Oud-Vossemeer, Vrijbergen en Westkerke, uitmakende de navolgende gem.: Tholen, St. Annaland, St. Maartensdijk, Poortvliet-en-Nieuw-Strijen, Scherpenisse-en-Westkerke, Stavenisse en Oud-Vossemeer-en-Vrijbergen. Het geheele eil. beslaat, volgens bet kadaster, eene oppervlakte van 13,240 bund. Men telt er 1387 h., bewoond door 2207 huisgez., uitmakende eene bevolking van-11,000 zielen. Op dit eiland bestaan de navolgende fabrijken en trafijken: 5 leerlooierijen, 10 meestoven, 1 touwslagerij, 1 zoutkeet, 2 grutterijen en 10 windkorenmolens.
Men heeft er nog slechts twee buitenplaatsen, als: Groot-Farré en Groot-Watervliet.
De Herv., die er 10,400 in getal zijn , onder welke 4100 Ledematen, maken de 7 volgende gem. uit: St. Annaland, St. Maartensdijk, Poortvliet, Scherpenisse-en-Westkerke, Stavenisse, Tholen en Oud- Vossemeer. Men beeft er 7 kerken, welke bediend worden door 8 Predikanten.
De R. K., van welke men er 750 telt, onder welke 500 Communikanten, maken de stat. van Tholen en Oud-Vossemeer uit, welke 2 kerken hebben en door 2 Pastoors bediend worden.
De Isr., die er 4 in getal zijn , behooren tot de rings. van Zierikzee.
Men heeft er 9 scholen, als: eene te St. Annaland, eene te St. Maartensdijk, eene te Poortvliet, eene te Schakerloo, eene te Scherpenisse, eene te Stavenisse, twee te Tholen, eene te Oud-Vossemeer en eene te Westkerke.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Tholen