Strijenham, eigenlijk Nieuw-Strijen, bij de inwoners enkel Strien genaamd, geh. op het eil. Tholen, prov. Zeeland, distr., arr. en 4½ u., Z. O. van Zierikzee, kant. en 1 u„ W. ten Z. van Tholen, gem en ½ u. Z. ten O. van Poortvliet; met 19 h., waaronder twee boerderijen, zijnde de overige meest geringe arbeidershuisjes. Men telt er ongeveer 120 inw.
Het d. Poortvliet had hier voorheen zijne uitwatering door eene bekwame sluiskil in de Ooster-Schelde; welke sluiskil door Filips, Koning van Spanje, als Graaf van Holland en Zeeland, den inwoners van Poortvliet, in den jare 1562 gegund werd, tot eene scheepvaart, om den vervoer, van hunne goederen gemakkelijk te maken. Thans zijn hier ter plaatse de sluis, waardoor de Polder-van-Oud-Poortvliet op de Schelde uitwatert; daartoe ligt ten N. W. van dit geh. eene steenen sluis , gebouwd in 1832, in den dijk aldaar. Door deze sluis komen de Poortvlietsche watergangen, binnen den Nieuw-Strijenschepolder, te zamen , en stroomen door een breed kanaal, zijnde de voorm. kil of kreek, waarop zich ook de Sleelands-polder door een sluisje ontlast, midden door dit gehucht, naar de in 1832 vernieuwde steenen zeesluis en verder in de Schelde, alwaar het een haventje vormt, dat eenige bedrijvigheid doet ontstaan.
Er ligt, in dit geh. eene steenen brug, over genoemde uitwatering, aan den rijweg op Poortvliet, welke in 1837 vergroot is.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Strijenham