Steenbergen (Het Westland-van-), pold. in de heerl. Steenbergen, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. Breda, kant. Bergen-op-Zoom, gem. Steenbergen-en-Kruisland; palende N. aan den Aanwas, O. aan het Verdronken Westland, Z. aan het Hoog-van-Halsteren, W. aan Oud-Glimes en den Omkommer-polder.
Deze pold., welke, volgens Van Goor, in 1367 en volgens Ketelaer in 1376 en andermaal in 1420 bedijkt is, beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 706 bund. 43 v. r. 97 v. ell. met de dijken, waaronder 705 bund. 51 v. r. 85 v. ell. schotbaar land, en heeft eene steenen sluis aan den Noordoosthoek des polders, voorzien van een paar puntdeuren, wijd 2.50 ell., hoog 1.75 ell., in 1829 vernieuwd en verbeterd, als wanneer ¼ u. meer westwaarts in den zelfden dijk, tegen den St. Omkommer-polder, eene sluis is gelegd, wijd 2 ell., mede voorzien van een paar puntdeuren, in de St. Omkommer-en Aanwas-polders. Hij wordt, met het water van dezen en van de West-Graaf-Hendriks- en Oude-Heije-polders, op de haven van Steenbergen en verder in de Vliet, van bet overtollige water ontlast. De hoogte van het zomerpeil is 1 ell. beneden A. P. Het polderbestuur bestaat uit eenen Dijkgraaf, twee Gezworenen, eenen Secretaris en eenen Penningmeester.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van het Westland