Steenbergen, plattelandst. in de heerl, Steenbergen, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. en 7 u. W. van Breda, kant. en 2¼ u. N. ten O. van Bergen-op-Zoom, gem. Steenbergen-en-Kruisland, 51°35'17" N. B., 21° 59' 12" O. L., een groot ¼ u. ten Z. van de Roosendaalsche-of Steenbergsche-vliet, waarmede zij gemeenschap heeft, door eene bekwame haven met een verlaat, ook dienende om het overtollige water der ommelanden dezer stad daarop te ontlasten. De stadsgrachten en een door de stad loopend water, zijn in verband met deze haven.
Volgens sommigen zoude zij haren oorsprong te danken hebben aan een tolhuis dat hier, in het jaar 603, op het kanaal, gegraven van Strienmonde af tot Strienham, door zekeren Strenius, Landvoogd van dit gewest, zoude gebouwd zijn. Het was in de veertiende eeuw eene koopstad, vanwaar men sterken handel op Engeland en Denemarken dreef. .Het plaatsje was toen veel grooter dan thans. Een zware brand, welke, in 1565, haar genoegzaam geheel vernielde, heeft veroorzaakt, dat zij, weder herbouwd wordende, binnen eenen engcren ringmuur besloten werd. Men zegt (hoewel dit niet zeer waarschijnlijk is), dat de hedendaagsche stad, naauwlijks het tiende gedeelte harer vorige groote zou hebben. Zoo lang die stad slechts met een enkelen muur omringd was, kon zij niet dan geringen tegenstand bieden: gelijk zij, tweemaal, eerst door den Hertog van Parma, in 1583 en daarna door Prins Maurits, in 1590, zonder veel moeite, verwonnen werd. Men was toen in de verbeelding, dat de gelegenheid van haren grond niet toeliet, om naar de gewone wijze, versterkt te kunnen worden. Dan terwijl de Spaansche oorlog nog duurde, namelijk in 1629, is zij eerst met eenen aarden wal versterkt geworden, naarde latere vestingbouwkunde. Zij is van eenen cirkelvormigen omtrek, en had zes bolwerken, eene breede diepe hoofdgracht en geene andere buitenwerken dan kleine ravelijnen in den bedekten weg en eene voorgracht, op den hoogen grond, ten O., lag nog een kroonwerk, gedekt door twee contregardes. Van dit alles is niets meer aanwezig, dan gedeelten der hoofdgracht, doch de gedaante is nog zigtbaar. Door dit een en ander, mogt Steenbergen, onder de vestingen van aangelegenheid voor den Staat gerekend worden, en is nu nog eene te verdedigen stelling in de Noordbrabandsche linie van inundatiën , tot dekking der sluizen, waardoor het omliggend terrein kan gcinundeerd worden, waartoe ook de daartoe behoorende Leurschans dient. Zie dat woord.
De stad heeft thans een vierde uur gaans in haren omtrek en is eene stille opene plaats, die bij het inkomen, van de zijde van Bergen-op-Zoom, een aanzienlijk voorkomen heeft, door de ruime vrij regte Kaai- of Damstraat, verderop de Kerkstraat genoemd, welke haar in de geheele lengte doorloopt en met fraaije huizen bezet is. De daaraan evenwijdig loopende Vleeschhouwersstraat, Visschersstraat en Beerestraat, benevens de haar doorkruisende Blaauwpoort-of Gasthuisstraat, maken grootendeels het overige gedeelte der stad uit. Zij is verdeeld in vier wijken en had vroeger twee poorten: de eene, de Waterpoort of Kaaipoort genoemd, was in het Westen en had haren uitgang naar de Vliet; de andere, ten Oosten, werd de Oostpoort geheeten of ook de Kruispoort; zoo veel gezegd, als de Kruislandschepoort: dewijl daardoor de weg gaat naar het dorp Kruisland. Van deze poorten is niets meer te bespeuren, zoodat er thans slechts twee opene uitgangen zijn, op den rijweg van Bergen-op-Zoom naar Willemstad. Buitendien is er nog eene opene uitgang ten Noorden en een klein poortje ten Zuiden om naar de omliggende bouw- en weilanden te gaan.
Men telt binnen Steenbergen 522 h. en ongeveer 1900 inw., die meest in den landbouw bun bestaan vinden, en eenen steenen- en eenen houten windkorenmolen hebben.
Het voorm. Stadhuis, op de Markt, was een gebouw van eene zonderlinge gedaante en had vroeger gediend als tolhuis tot in- en uitklaring der koopvaardijschepen. Het is in het jaar 1826 afgebroken. Het tegenwoordige stadhuis staat in de Kaaistraat en is een net vierkant gebouw, welks frontstuk rust op vier zuilen, van de Corinthische bouworde. Het prijkt met een rond koepeltorentje.
Steenbergen bevat de volgende militaire gebouwen: een Arsenaal, zijnde een groot hecht gebouw, in 1768 aangelegd; een klein Kruidmagazijn en een Wachthuis, thans bij den conducteur der artillerie als woning in gebruik.
Men heeft te Steenbergen ook een Kantoor voor de Brievenposterij in de Kaaistraat, en eene Bank van Leening.
De Hervormden, die er 550 in getal zijn, onder welke 260 Ledematen, maken, met die van het d. de Heen en. omliggende landen, eene gem. uit; welke tot de klass. van Breda, ring van Bergen-op-Zoom, behoort. Zij werd vroeger door twee Predikanten bediend; thans echter slechts door eenen. De eerste, die in deze gemeente het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest David Cornet, die in het jaar 1597 herwaarts kwam, en in het jaar 1620 gestorven of vertrokken is. De eerste tweede Predikant was Willem Nagal, die in het jaar 1689 herwaarts kwam, en in het jaar 1709 overleed. Na den dood van den Predikant Jacobus Pyll van Velsen, in 1728, is er geen tweede Leeraar, meer beroepen. Het beroep geschiedt door den kerkeraad. De Kerk, in de Kerkstraat, welke voor de Reformatie aan den H, Servatius was toegewijd en destijds een kapittel van vijf Kanunniken had, was een groot en ruim gebouw, met eenen spitsen toren en van een orgel voorzien. In deze kerk moet, volgens Gramaije, de menschenvriend begraven zijn, die op eenen der kruislogten naar het Heilige land, de boekweit uit de Levant naar Nederland heeft overgebragt. Deze kerk is in 1854 door eene geheel nieuwe, op de zelfde plaats, vervangen. Het is een fraai langwerpig gebouw; de voorgevel bestaat uit een frontstuk, rustende op vier zuilen van de Corinthische bouworde, waarboven een vierkante toren uitrijst, voorzien van eene sierlijke spits zijnde eene open koepel, met pyramidale naald. Zij heeft een orgel en is aan de Noordzijde met een fraai ijzeren hekwerk en overigens met een steencn muur omrigd, waar binnen het kerkhof ligt.
De Roomsch-Katholijken, die hier 1370 in getal zijn, onder welke 1030 Communikanten, maken met die uit de wijken Welberg, Westland en Oudland eene par. uit, welke tot bet vic-apost. van Breda, dek. van Bergen-op-Zoom, behoort; door eenen Pastoor en twee Kapelaans bediend wordt en ongeveer 3800 zielen, onder welke 2350 Communikanten, telt. De kerk aan de markt, aan den H. Gommarus toegewijd, is in het jaar 1850 nieuw gebouwd, ter vervanging van de hier vroeger in de Vleeschhouwersstraat gestaan hebbende schuurkerk. De tegenwoordige kerk is een langwerpig gebouw met eenen voorgevel bestaande uit een frontstuk, ondersteund door 4 zuilen van de Corinthische bouworde en met het woord DEO in gouden letters. De kerk is voorzien van een orgel en een rond koepeltje.
Men heeft er eene Stads Burgerschool, zijnde tevens eene Kostschool voor jonge Heeren, welke gemiddeld door een getal van 90 leerlingen bezocht wordt. — De kermis valt in den eersten October.
Steenbergen is de geboortepl. van de Nederduitsche Dichteres Diderica Amalia Schuman, geb. Verrooten, geb. 6 Februarij 1788, † 16 April 1841.
Steenbergen leed nu en dan vijandelijke aanvallen, vooral gedurende de Spaansche beroerten, en wisselde daardoor, ettelijke malen, van eigenaar. In den jare 1577 viel zij den Staatschen Veldheer, van Champagnie, in banden , na dat hij er de Hoogduitsche bezetting had uitgedreven. In 1583 trok de Hertog van Parma met zijn leger naar Roosendaal om den Maarschalk Biron slag te leveren. De Maarschalk, zijne aankomst vernemende, brak op, met het leger, en week, over Steenbergen naar Bergen op Zoom. Parma zette hem achterna, en achterhaalde, tusschen Steenbergen en Halsteren, zijne achterhoede, die zich, wel twee uren lang, dapper weerde, tot dat Biron, met de overige benden, haar bijspringen kon. Toen werd de strijd eerst regt hevig. De Maarschalk, van het paard gevallen, brak zijn been, en zoude gesneuveld zijn, zoo Barchon, met de benden des Prinsen van Oranje, en anderen hem niet waren komen ontzetten.
Het gevecht, dat op den 17 Junij voorviel, duurde tot tien ure des avonds, met omtrent even groot verlies, namelijk van vier honderd man, aan beide zijden. Parma en de Staatschen trokken beide des anderen daags af.
In het zelfde jaar verzekerden zich de Spanjaarden, door verrassing van het stadje. Een aantal soldaten, van de bezetting van Breda, zich in boerengewaad gestoken hebbende, geraakte er onder die vermomming binnen, en persten den stedelingen een aanzienlijk rantsoengeld af. Zeven jaren daarna werd er Prins Maurits meester van, en bleef voorts Steenbergen in de magt der Staatschen, tot in het jaar 1622, wanneer het, na een kort beleg, aan Louis de Velasco bij verdrag overging. Op nieuw kwam de stad in de magt der Staten, in het jaar 1629, en is sedert daarin gebleven.
Bij den inval der Franschen in ons Vaderland, in 1795, trad de Generaal Majoor Schmid, die in Steenbergen bevel voerde, den 26 Januarij, met den Generaal le Maire, op ontvangen aanschrijven van hun Hoog Mogenden, in onderhandeling. Hij gaf die vesting, op eisch van den Franschen Commissaris over, den eed afleggende , dat de krijgsbezetting, voor de uitwisseling, niet tegen de Franschen zou dienen.
Den 11 December 1813 werd Steenbergen door de Franschen met stillen trom verlaten.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839
Terug naar beschrijving van Steenbergen