Steenbergen, voorm. heerl., voorheen een domein van het huis van Oranje-Nassau, prov. Noord-Braband, in het Noordelijk gedeelte van het markgr. Bergen-op-Zoom.
Deze heerl. was van het W. naar O. omtrent drie uren gaans lang, en van het N naar het Z, één uur breed. Zij grensde ten N. aan het Volkerak en de Vliet, die haar van het eiland Overflakkee en de heerl. Prinseland afscheidden, ten O. aan het Land van Gastel en de baronnie van Breda, ten Z. aan het overige gedeelte van het markgr. van Bergen-op-Zoom en ten W. aan de heerl. Vossemeer.
Deze heerl. had het zelfde grondgebied als de tegenwoordige gem. Steenbergen-en-Kruisland. Zie dat art. Zij maakte oudtijds een gedeelte van het graafs. Strijen uit, en werd, na de verdeeling van dat graafs., in gemeenschap bezeten door de Heeren van Breda en Bergen-op-Zoom, die haar naderhand onderling verdeelden, bij welke gelegenheid den Baron van Breda de stad Steenbergen, benevens de polders Kruisland; Cromwiel en het Westland, ten deel viel. Naderhand werd de heerl. Steenbergen, als een gedeelte der nalatenschap van Willem III, Koning van Engeland, in de verdeeling dier goederen tusschen den Koning van Pruissen en Jan Willem Friso, Prins van Oranje, ten jare 1732, dezen laatsten aanbedeeld en is eindelijk als een deel van het markgr. Bergen-op-Zoom beschouwd geworden.
Het wapen dezer heerl. was een veld van goud met drie St. Andrieskruisen van keel, geplaatst twee en een, boven drie bergtoppen van sinopel, welke wit den onderkant te voorschijn komen.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Steenbergen