Selnisse, voorm. schor, prov. Zeeland, nabij de Schelde.
In eenen brief door Albrecht van Beijeren, Graaf van Holland, in 1393 uitgegeven, werden de Heeren van 's Heer-Arentskerke, onder anderen in het bezit van Selnisse bevestigd. Keizer Karel V, vergunde den 20 November de bedijking van den Selnisse-polder, welks gronden in dat octrooi genoemd worden, » schorren en uitgorsingen die nooit tot » genen tijden bedijkt en sijn geweest." Men schijnt dezen polder te moeten zoeken ter plaatse, waar nu de Oude-Craijert-polder gevonden wordt, welke ook onder dien naam op de kaart van Hatinga voorkomt.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Selnissepolder.