Putten, gem. in het markgr. van Bergen-op-Zoom, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. Breda, kant. Bergen-op-Zoom (14 k. d, 19 m. k., 7 s. d.); palende N. aan Ossendrecht, O. aan de Belgische gem. Calmpthout, Z. aan de Belgische gem. Calmpthout en Stabroek, W. aan de Belgische gem. Berendrecht.
Deze gem. bevat het noordelijk gedeelte van het d. Putten, benevens het geh. Kouwheide en de b. Putsche-straat. Zij beslaat eene oppervlakte, volgens het kadaster, van 1845 bund. 37 v. r. 61 v. ell., waaronder 1808 bund. 29 v, r. 87 v. ell. belastbaar land.
Men telt er 109 h., bewoond door 125 huisgez., uitmakende eene bevolking van 820 inw., die zich veel met het vlechten van stroo- of bonten matten en spaansche matten bezig houden, terwijl ook eenigen in den landbouw hun bestaan vinden. De grond bestaat grootendeels uit woeste heide met zandvlakten en heuvels, benevens eenige vennen of plassen, waaronderde Putsche-moeren ia aanmerking komen. De ontgonnen gedeelten dezer heide zijn met hoog en laag masthout beplant vooral in de Putsche-Plantaadje een uitgestrekt mastbosch. Alleen in den omtrek van het dorp en bij de verspreid liggende boerderijen treft men bouwland aan. Er is hier ook eene bierbrouwerij.
De inw., die op 5 na allen R. K. zijn , onder welke 500 Communikanten, maken eene stat. uit, welke tot het apost. vic. van Breda dek. van Bcrgen-op-Zoom, behoort, en door eenen Pastoor en eenen Kapellaan bediend wordt.
De 5 Herv., die men er aantreft, behooren tot degem. Ossendrecht-Woensdrecht-Putten-en-Hoogerheide. — Men heeft in deze gem. eene school, die gemiddeld door een getal van 100 leerlingen bezocht wordt.
Het d. Putten , gemeenlijk Put genoemd , ligt 9 u. Z. W. van Breda 5¼ u. Z. Z. O. van Bergen-op-Zoom, aan den straatweg van Bergen-op-Zoom naar Antwerpen, juist op de Belgische grenslijn, welke het in twee gelijke deelen scheidt, waarvan het noordelijke, waartoe wij ons alleen zullen bepalen, tot de Nederlanden en het zuidelijke tot België behoort, vormende die beide deelen slechts een geheel, bestaande uit eene dubbele rij aaneen gebouwde huizen, ter wederzijde van den genoemden weg, waaraan ook de ijzeren grensnaald staat. In de kom van het Nederlandsche gedeelte, dat veelal Hollandsch-Putten genoemd wordt, ter onderscheiding van Brabandsch-Putten, telt men ruim 80 huiz. waaronder eenige goede gebouwen en ruim 300 inw.
De kerk, aan de H. Dionysius toegewijd, welke van een orgel voorzien is, staat, even als de pastorij, op Belgisch grondgebied, alwaar ook de Belgische inwoners, met de Nederlanders parochieëren. Beide zijn door den Baron Moretus gebouwd. Deze kerk is een goed eenvoudig gebouw meteen klein houten torentje en het jaartal 1769 in den gevel. In de vloer van het oxaal is een meridiaan met koperdraad ingelegd.
De Herv. kerk, welke vóór de Reformatie mede aan den H. Dionysius was toegewijd, is in het jaar 1794 afgebroken. De overblijfselen van de de vloer, welke vroeger verwaarloosd en vertrapt tegen den weg lagen, zijn in 1844 opgeruimd en voorzien geworden van een ijzeren hek, waarbinnen nu liggen drie blaauwe zerksteenen, als één op het graf van den beroemden schilder Jacobus Jordaens, die in 1594 te Antwerpen geboren en den 18 October 1678 aldaar overleed. Hij werd te Putten begraven, omdat hij, als belijdende de Protestantsche godsdienst te Antwerpen niet ter aarde konde worden besteld. De andere steenen liggen op de graven van den schilder Adrianus van Stalbert, overleden in 1662 en van Guilliam de Rape overleden in 1694.
De kermis valt in den eersten Zondag na 9 Octobcr en drie volgende dagen, de jaarmarkt heeft plaats Zaterdag vóór den 2 October.
Het wapen van deze gem. bestaat in een veld van zilver met den H. Dionisius, gekleed van keel (rood), gemanteld van goud en ter wederzijde vergezeld van een gewapend man. uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Putte