Nispen, eertijds Nisipa, d. in de bar. van, Breda. prov. Noord-Braband, arr. en 5½ u W. van Breda, kant. en 3½ u. Z. W. van Oudenbosch, gem. Roosendaal-en-Nispen, 1 u. Z. van Roosendaal, omtrent ½ u. van de Belgische grenzen. Men telt in de kom van het d. 67 h., bewoond door 92 huisgez., uitmakende eene bevolking van 490 inw., en met de daartoe behoorende geh. Borteldonk en Rietgoor, 134 h., bewoond door 200 huisgez., uitmakende eene bevolking van ongeveer 1000 inw., die meest in den landbouw hun bestaan vinden, ook heeft men er twee bierbrouwerijen en twee korenmolens.
Het is eene zeer oude plaats, welke echter haren luister verloor, zoodra men begon te bouwen, waar nu Roosendaal ligt. Voortijds was het eene afzonderlijke heerlijkheid, waarvan het beroemde geslacht Van Nispen zijnen naam ontleende. In het jaar 1387 werd echter Nispen, benevens Groot-Zundert, Klein-Zundert, Sprundel en de helft van ’s Princenhage, door Johanna, Hertogin van Braband, in pandschap afgestaan aan Jan van Polanen, , Heer van de Leek en Breda, voor eene som van 1000 Fransche guldens (ruim 1165 guld.), die zij hem schuldig was, onder voorwaarde, dat deze dorpen, voor gelijke som, weder zouden kunnen gelost worden. Diensvolgens deed Karel II, Koning van Spanje, die zich als Heer van het grootste gedeelte van Braband, daartoe geregtigd meende, deze som in 1664 aan den toenmaligen bezitter dezer dorpen, den Prins van Oranje aanbieden, maar in 's Gravenhage weigerde men die som te ontvangen, op grond, dat de Algemeene Staten, die sedert 1648, ten gevolge van den Munsterschen vrede, de oppermagt over dat gedeelte van Braband gehad hadden, ook alleen het regt van lossing bezaten, hetgeen de Hertogen van Braband vroeger had toegekomen.
Een gedeelte der tienden van dit dorp kwam voorheen der abdij van Tongerloo toe, aan welke Arnout van Leuven en diens gemalin Elizabeth, Heer en Vrouwe van Breda, in het jaar 1269, alle nieuwe tienden te Nispen gegeven had. Terwijl reeds in 1157 onderscheidene aldaar gelegen goederen , met de begeving der kerk, door Hendrik, Bisschop van Luik, aan het gezegde konvent toegewezen waren en zulks ter bevestiging eener gifte, door Arnulphus, bijgenaamd den Brabander, vroeger aan de kerk van Tongerloo gedaan.
De inw., die allen R. K. zijn, onder welke 400 Communikanten, maken eene par. uit, welke door eenen Pastoor en eenen Kapellaan bediend wordt en tot het vic. apost. van Breda, dek. van Bergen-op-Zoom, behoort. Voormaals had de Parochiaan (d. i. Pastoor) van Nispen, de begeving van de kerken van Roosendaal en Calmpthout, die in het geestelijke van de kerk van Nispen afhingen, en om deze drie kerken te bedienen, werden gemeenlijk door den Abt van Tongerloo twee of drie Kanunnikken afgezonden.
De kerk, aan de H. Maagd Maria toegewijd, was voorheen de moederkerk van Roosendaal, welke in het jaar 1268 daarvan is afgescheiden. Het is een oud gebouw, met eenen toren en van een orgel voorzien. Na den Munsterschen vrede werd deze kerk door de Herv. in bezit genomen, doch in het jaar 1800 werd zij gedeeltelijk aan de R. K. teruggegeven, terwijl het andere gedeelte door een dubbel, met turfmul gevuld beschot, daarvan afgesloten, ten gebruike van de Hervormden bleef; daar er tegenwoordig echter geen van de laatste gezindte meer te Nispen wonen, dient dit gedeelte nu tot koor der R. K. Na den Munsterschen vrede hadden de R. K. hier eene schuurkerk, welke insgelijks aan de H. Maagd Maria was toegewijd.
Vroeger had men hier eene Herv. gem., welke tot eersten Predikant heeft gehad Angelus van Aken, die in 1648 herwaarts kwam, en in 1653 naar de Nieuwe-Tonge is vertrokken. Nadat echter Zacheus de Jong, die er sedert 1722 stond, in het jaar 1742 overleden was, is hier geen Predikant meer beroepen, maar de gem. met die van Roosendaal gecombineerd.
De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 80 leerlingen bezocht. — De kermis valt in den tweeden Zondag- in September.
Het wapen der voorm. heerl. Nispen bestond uit een veld van zilver met eenen leeuw van sinopel (groen).

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Nispen