Vossemeer (Nieuw-), pold. in de heerl. Vossemeer, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. Breda, kant. Bergen-op-Zoom, gem. Nieuw-Vossemeer; palende N. W. aan den Heerenpolder, N. aan de Heensche-polder, O. aan de Nieuwe-Heije, Z. O. aan de Oude-Heije en den Mattenburger-polder, Z. W. aan den Eendragt-polder, W. aan Boeregors.
Deze pold., bedijkt in 1433 en volgens Van Goor in 1565, volgens andere in 1566 herdijkt en thans met de Nieuwe-Heije in dezelfde bedijking begrepen, beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 569 bnnd. 98 v. r. 93 v ell. en wordt door eenen steenen heul, met eene drijfdeur, tegen het buitenfront, wijd in den dag 1.15 ell., in den pold. de Eendragt en vervolgens op de rivier van dien naam, van het overtollige water ontlast. Het zomerpeil is 0.45 ell. onder A. P. Hij staat onder het bestuur van eenen Dijkgraaf, drie Gezworenen en eenen Secretaris-Penningmeester.
Het zuidelijk gedeelte van dezen polder, liggende bezuiden den rijweg van het dorp naar Steenbergen wordt de Oude-polder genoemd. In het jaar 1583 werd deze pold., op bevel van de Staten van Zeeland, doorgestoken in de kreek van Botken in den Boezem, omdat men eenen vijandelijken inval van Parma vreesde. — Door den watervloed van 26 Januarij 1682 liep, onder anderen, ook deze polder onder.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Nieuw-Vossemeer