Zundert (Klein-), d. in de bar. van Breda, prov. Noord.Braband, Vierde distr., arr.. en 3 u. Z. W. van Breda, kant. en 2¾ u. Z.W. van Ginneken, gem. Zundert-en-Wernhout, ¼ u. N. W. van Groot-Zundert. Men telt in de kom van het d. 8 h. en 30 inw., en met de kerkelijk daartoe behoorende geh. Achtmaal, Baamberg, Benedenmoer, de Driehoek, Gaard en Ostaije, 148 h. en 820 inw, die zich meest op den landbouw toeleggen.
De inw., die op 7 na allen R. K. zijn, maken eene par. uit, welke tot het apost. vic. en dek. van Breda behoort; 500 Communikanten telt en door eenen Pastoor bediend wordt. De kerk, aan den H. Willibrordus toegewijd, is een klein gebouw van eenen fraaijen toren en een orgel voorzien.
De 7 Herv., die hier wonen, behooren tot de gem. van Zundert-en-Rijsbergen.— Er is in dit dorp geen school, maar de kinderen genieten onderwijs te Groot-Zundert.
De kermis valt in den laatsten Zondag van Augustus.
Voorheen behoorde dit dorpje aan het klooster van Echternach, in het groot hertogdom Luxemburg. In 1150 werden de kerk en de tienden van Klein-Zundert, door Berner van Rijsbergen geschonken aan den Abt van Tongerloo, die, in 1265, in het onverdeeld bezit daarvan kwam, door dien de Abt van St. Baafs te Gent, ter eenen behoeve, afstand deed van het regt, dat deze vroeger voorgewend had daarop te hebben.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Klein-Zundert