Hontenisse, eigenlijk Ontéenesse (schor tegen de Ontée of den stroom tegen het land), gem. in Staats-Vlaanderen, in Hulster-Ambacht, prov, Zeeland, arr. Goes, kant. en distr. Hulst (5 k. d., 12 m. k., 5 s. d.); palende N. aan de gem. Ossenisse, O. aan de gem. Graauw-en-Langendam, Z. aan de gem, Hengstdijk en Hulst, W. aan de gem. Ossenisse, Hengstdijk en Stoppeldijk.
Deze gem. bestaat uit de volgende pold.: de Watering van Welsoorde, de Watering van Lamswaarde, den Zandepolder, den Schaperspolder, den Kruispolder, den Noordhofpolder, den Noorddijkpolder, den Wilhelmuspolder en den Maria polder, en bevat de kerkdorpen, Kloosterzande, Groenendijk en Lamswaard, de geh. Kuittaart, Ter-Hoole, en Welsoorde, en uit de buurs. de Molenhoek, Kruisdorp, Kruispolderkaai, Baalhoek, Noordstraat, Waterstraat, Kreverhille en een gedeelte van Roversberg of Rozenberg. Zij beslaat eene kadastrale uitgestrektheid van 3810 bund. waaronder 3778 bund. 70 v. r. 11 v. ell. belastbaar land, en is de uitgestrektste en bevolktste plattelandsgemeente in de prov. Zeeland; staande daarin 868 huizen, bewoond door 933 huisgezinnen, uitmakende eene bevolking van 4800 zielen. Men heeft er vier windkorenmolens, vier meestoven, eene steenbakkerij en eene cichorijfabriek, zoomede eene stoommeestoof, waarin met dezelfde machine ook koren wordt gemalen.
De ingezetenen vinden hun bestaan meest in den landbouw, voorts ook in de scheepvaart, het soo genaamd vletten of aanvoeren van schoraarde aan de dijken, zoo mede ook met het graven van dusgenoemde derrie of turf, waarvan in het jaar 1842 eene hoeveelheid van 45,580 tonnen in deze gemeente is gegraven en die niet alleen voor de behoeften der ingezetenen dient, maar ook veel naar Hulst vervoerd wordt.
Men telt hier ongeveer 4600 R. K, waaronder 2730 Communikanten, welke eene kerk te Groenendijk hebben, toegewijd aan den H. Martinus, en eene te Lamswaarde, aan den H. Cornelius toegewijd, elk bediend door eenen Pastoor en eenen Kapellaan. Beide deze parochiën, welke tot in het jaar 1841 behoorden tot het Zeeuwsche gedeelte van het bisdom van Gent, maken thans deel uit van het vic. gen. van Breda, dek, van Hulst. Een klein getal dezer gezindte, in het zuidelijk gedeelte der gemeente, behoort kerkelijk onder Hulst.
De Herv., van welke men er ruim 200 telt, maken, met die van de burgerlijke gemeenten Hengstdijk, Ossenisse, Stoppeldijk en Boschcapelle, de kerkelijke gem. van Hontenisse uit, welke 281 zielen telt, tot de klass. van IJzendijke, ring van Axel, behoort, en eene kerk bezit te Kloosterzande, welke in 1838 aanzienlijk verbeterd en verfraaid is, en waarin ten jare 1841 een orgel is aangebragt, welke kerk door eenen Predikant bediend wordt. De eerste, die hier het leeraarambt heeft waargenomen, is geweest Jacobus van Renterhem, die den 26 November 1648 alhier aankwam, en op het einde des volgenden jaars naar Heinkenszand, in Zuid-Beveland, vertrok. In 1682 werd de kerkelijke gemeente van Ossenisse, na het vertrek van haren Leeraar Marinus Gort, met Hontenisse vereenigd. Het beroep geschiedt door den kerkeraad.
In het geh. Welsoorde, deel makende van Hontenisse, bestaat een geregeld overzetveer over de Wester-Schelde op Hansweert en de overige havens, aan de zuidkust van Zuid-Beveland. Uit het haventje van Welsoorde varen gewoonlijk drie en uit dat van de buurs. Kruispolderkaai (welke beide haventjes in de Honte uitkomen), twee beurt- of marktschuiten op Rotterdam en Dordrecht, welke op onbepaalde tijden, doch doorgaans om de acht dagen, af- en aanvaren. Zij vervoeren de granen en veldproducten, der landbouwers naar de korenmarkt te Rotterdam, voor zoo ver, zij niet per as naar de Belgische markten worden uitgevoerd, en voorzien tevens de ingezetenen dezer gemeente van de noodige koop- en winkelwaren uit Holland, en de fabrijken van de benoodigde brandstoffen.
Er bestaan onder Hontenisse twee scholen. De eene in het dorp Kloosterzande, de andere op het d. Lamswaarde, te zamen met een gemiddeld getal van 100 leerlingen.
In deze gem. staat het Hof-te-Zande, vroeger een klooster, behoorende aan de abdij van de Duinen bij Brugge, met de daaronder behoorende aanzienlijke goederen, welke bij de wet van den 26 Augustus 1822, aan Z. M. den Koning Willem I zijn afgestaan, die ze aan de Maatschappij tot bevordering van de Volksvlijt, bij notariele acte den 16 December 1826, ondermeerder, heeft verkocht. Bij art. 60 van het met België op den 8 November 1842 gesloten en bij de wet van den 4 Februarij 1843 goedgekeurd tractaat, zijn diezelfde goederen wederom in vollen eigendom overgedragen aan onzen tegenwoordigen Koning Willem II, aan welke bepaling, ook van Wege de gezegde Maatschappij, uitvoering is gegeven, bij acte van overdragt den 24 Junij 1843.
Het Hof-te-Zande wordt thans bewoond en de goederen geadministreerd door eenen Ontvanger of Rentmeester (zie Zande [Hof-te-]). Bij Janiçon, Bachiene en andere Schrijvers vindt men gewag, gemaakt van een dorp en polder van Hontenisse, die als zoodanig niet meer bestaan en toen die Schrijvers leefden reeds niet meer bestonden. Zij schijnen daarmede den Kruispolder en het Kruisdorp bedoeld te hebben. Allereerst vinden wij een Hontenisse (zijnde het schor of de droogte bij de Honte, de kern der aanwassen van Hulsterambacht ten N. van de stad Hulst) gewag gemaakt, in een charter van Filips, Graaf van Vlaanderen, van 1185, waarbij hij de kerk van de H. Maagd te Coesvorden, » het werpland of zand, geeft tusschen Ossenisse en Hontenisse." Dit zand is de tegenwoordige Maria-polder, daar de Zandpolder reeds in 1170 vermeld wordt, ten jare 1245, in het bezit van de abdij van Duinen geraakt. Uit vergelijking van oude kaarten enz. blijkt het, dat dit Hontenisse zich uitstrekte, behalve over de gronden van den Kruispolder in 1616, en den Wilhelmuspolder in 1644 bedijkt, ook nog over de Noordijkpolder, en hetgeen tegen alle deze landen nog in zee ligt. De eerstgenoemde gronden waren in 1509 overstroomd.
Bij de omschrijving van het nieuwe bisdom Gent, ten jare 1561 opgerigt, vindt men als verschillende parochiën genoemd Hontenisse en Audt-, (0ud) Hontenisse. Meijerus verhaalt, dat de laatste in 1384 overstroomd is en honderd jaren lang drijvende gebleven. Niet lang evenwel bleef het beverscht, maar bezweek den 14 December 1511, en werd eerst in 1616 op nieuw als Kruispolder bedijkt. Op dezen bodem stond dus eenmaal de als aanzienlijk beschrevene kerk van Oud-Hontenisse. De kerk van Hontenisse of Nieuw-Hontenisse lag in den Zuidhoek van den Noordpolder, blijkens eene kaart van 1575, waar zelfs de naam Nieuw-Hontenisse er bij staat.
Het wapen dezer gem. bestaat uit een gedeeld schild, het eerste van azuur (blaauw), beladen met het Agnus Dei van zilver, staande op een terras van synopel (groen); het tweede van zilver, beladen met een oranjeboom, tegengehouden door eenen windhond.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Hontenisse