Hinkelenoord of Inkelenoord , in de wandeling meestal Hinkeloord of Inkenoord gespeld, ook wel Ons Lieve Vrouwe-Polder genaamd, voorm. oude ambachtsheerl. op het eil. Zuid-Beveland, prov. Zeeland.
Deze ambachtsheerl. zal zijnen naam ontleend hebben van den stroom of vliet de Hinkelingen. Zij was groot 1546 gemeten 58 roed. 60 duim.
Onder deze par. behoorde St. Pieters-polder, Coyens-polder en Jan-Arents-polder; ook vindt men dat de Oude- en Nieuwe-Gentsche-po1der, die in het jaar 1552 ondergevloeid is, daartoe zoude behoord hebben.
Dat in dit ambacht voortijds ook eene kerk stond, daaromtrent blijft geen twijfel over, want in het jaar 1276 was Bertha Hendrikz. hier Priester. Ook had men er, behalve den grijzen burg van dien naam nog de kapel van Ouwerdinge, in den Ouden-Hinkelenpolder, te Hinkeloord, en de Nieuwe-Kapel, ook Hinkelpoot genaamd, of de Noord-Kapel-van-Waarde, in den Middenpolder van Hinkele.
Graaf Willem III gaf, den 29 Maart 1326, eene schorre aan den polder in Hinkeloord en Bewester-Schelde, om te bedijken.
Dó geweldige vloed van den 5 November 1530, bragt ook tot den ondergang van deze heerl. bij, buiten en behalve dat vele menschen daarbij het leven moesten laten. Men herdijkte het schoone in het jaar 1536, dan dit belette niet, dat, in October 1559, de zee hier andermaal met geweld instroomde en het sedert onder de golven bedekt hield.
Den 22 Mei 1552, verleende Keizer Karel V octrooi tot herdijking van den Agger, Bath en Hinkelenoord, en begiftigde die ambachten met onderscheidene vrijheden. Het schijnt evenwel, dat door den verschrikkelijken watervloed van 1 November 1570, bij de Geschiedschrijvers onder den naam van Allerheiligenvloed bekend, deze dijken weder vernield zijn.
Ten jare 1685 of daaromtrent, is een gedeelte van deze heerl., en wel aan den vasten wal van Braband, tegen Woensdrecht, met octrooi der Heeren Staten van Zeeland herverscht en maakt thans de polder Oud-Hinkelenoord uit. Oudtijds was Hinkelenoord in eene dijkagie met den Agger begrepen.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Hinkelenoord