Hengstdijk, gem. in Staats-Vlaanderen, in Hulster-Ambacht, prov. Zeeland, arr, Goes, kant. en distr. Hulst (12 m. k., 5 s. d., 5 k. d.); palende N. aan de gem. Ossenisse en Hontenisse, O. aan de gem. Hontenisse, Z. aan Stoppeldijk, W. aan Ossenisse.
Deze gem. bestaat uit het dorp Hengstdijk en de polders Groot-Hengstdijk en Klein-Hengstdijk, het grootste gedeelte van den West Vogelpolder en uit een klein gedeelte van den pold. Rummersdijk. Zij beslaat, volgens het kadaster, eene uitgestrektheid, van 872 bund. 25 v. r. 71 v. ell., waaronder 871 bund. 96 v. r. 69 v. ell. belastbaar land.
Het is een der oudste ambachten van Hulster-Ambacht. Men vindt daarvan op oude kaarten gewag gemaakt, als op het einde der dertiende eeuw reeds bestaan hebbende, onder den naam van Heynsdijk. Zij bevat 125 h., bewoond door 132 huisgez., uitmakende eene bevolking van 660 inw., die hun voornaamste bestaan vinden in den landbouw.
Behalve een windkorenmolen zijn er geene fabrijken of trafijken, maar er wordt jaarlijks ongeveer 7000 tonnen zoogenaamde derry of turf gegraven, bestemd voor de behoeften van de ingezetenen van deze en naburige gemeenten.
Deze gem. ligt in eene niet zeer vruchtbare en lage streek, welke vooral in den winter veel van het water te lijden heeft, ten gevolge van het overvloeijen van de door die gem. loopende kreek, de Vogel genaamd.
De R. K., 620 in getal, onder welke 480 Communikanten, maken eene par. uit, welke tot in het jaar 1841 behoorde lot het Zeeuwsche gedeelte van het Bisdom van Gent, doch thans deel maakt van het vic. gen. apost. van Breda, en door eenen Pastoor bediend wordt.
De 40 Herv., die men hier vindt, worden tot de gem. van Hontenisse gerekend. — Men heeft in deze gem. ééne school, welke gemiddeld door een getal van 48 leerlingen bezocht wordt.
Het d. Hengstdijk of Hengsdijk, ook wel Heinsdijk genoemd, liggende ruim 1 ½ n. N. W. van Hulst, en 6 u. van Goes, is een klein d., op den Oostdijk gebouwd. De naam van dit d. wordt door sommigen afgeleid van Hengis, die, in 470, de Saxen, zijne landgenooten in Brittannië te hulp kwam (Zie J. Ab Utrecht Dresselhuis, de Provincie, Zeeland , in hare., aloude gesteldheid en geregelde vorming beschoud, bl. 54 en 55), De kom van het d. bevat slechts 46 h., bewoond door ruim 220 zielen.
De kerk, welke tot in het jaar 1796 aan de Herv. beeft toebehoord, doch toen aan de R. K. is overgegaan, is aan de H. Maagd en Martelares Catharina toegewijd. Men heeft er geen orgel. Tegen de kerk staat de toren, in 1643 gebouwd, met eene hooge spits, waarop in plaats van een haan, een paard (hengst) staat, als een zinnebeeld van den naam dezer gemeente. In den toren , welke van een slaguurwerk voorzien is, hangt eene luidklok, die men meer dan een uur ver kan hooren, en de grootste is van geheel Hulster-Ambacht. Blijkens een daarop geplaatst randschrift is deze klok in 1669 door de regering van Hulster-Ambacht, en door Kerkmeesters aan de gemeente geschonken. Bij den inval der Franschen in Staats-Vlaanderen, ten jare 1794, is deze klok, welke zij voornemens waren zich toe te eigenen, uit den toren genomen, en eenige jaren lang, door zekeren Pieter de Smet, landbouwer aldaar, in eene schuur bewaard geworden.
Als eene bijzonderheid wordt opgegeven, dat bij gelegenheid van het graven op het kerkhof dezer gem., in het jaar 1838, door een ingezeten is gevonden eene koperen gedenkpenning voorstellende aan de eene zijde de steden Sluis, Aardenburg, Grave en Rijnberk, met dit randschrift: Plus triennio obsessa hosti rudera patride, en op de keerzijde de vesting Oostende, waar rond staat: Quatuor ex me urbes dedi 1604. (d. i. na meer dan driejarige belegering heb ik den vijand puinhoopen, en het Vaderland vier steden gegeven 1604). Deze penning was, met nog vier soortgelijke, op last van 's Lands Staten ter eeuwige gedachtenis van de langdurige verwering van Oostende, op de overgave van die vesting geslagen.
Het wapen dezer gem. bestaat uit een schild van goud, beladen met eenen hengst van sabel (zwart), staande op een terras van sinople (groen).

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Hengstdijk