Heinkenszand, gem. op het eil. Zuid-Beveland, prov. Zeeland, arr. Goes, kant. Heinkenszand (3 k. d., 7 m. k., 3 s. d.); palende N. aan de gem. ‘s Heer-Arendskerke, O. aan 's Heer-Abtskerke-Sinoutskerke-Baarsdorp, Z. W. aan Nisse, Z. aan Overzande, W. aan ’s Heerenhoek.
Deze gem. bestaat uit den Stelle-polder, den Noordlandpolder, den Wester-Guite-polder, den Oosterland-polder, den Ouwelandsche-polder, den Uitslag-polder, den Vlaanderkensche-polder, den Zuiderlandsche-polder, den Oude Kamer-polder, den Nieuwe-Kamer-polder en den Plate-polder; alsmede uit gedeelten van den Nieuw-landekenpolder, van den Noord-Zak-polder, van den Zuid-Zak-polder en van den Louisen-polder. Zij bevat het d. Heinkenszand, benevens eenige verstrooid liggende h., beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 1242 bund., waaronder 1218 bund, 64 v. r. 51 v. ell. belastbaar land; telt 256 h., bewoond door 278 huisgez., uitmakende eene bevolking van 1380 inw., die meest hun besltan vinden in den landbouw.
De Herv., die 530 in getal zijn, onder welke 260 Ledematen, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Goes, ring van Borssele behoort. De eerste, die het leeraarambt in deze gem. heeft waargenomen, is geweest Galenus of Gheleyn van Oost, die in het jaar 1578 herwaarts kwam, en in bet jaar 1580 naar Vlaanderen vertrok. Het beroep geschiedt door den kerkeraad, onder medestemming van den Ambachtsheer.
De Afgescheidenen, die men er 120 telt, maken er geen afzonderlijke gem. uit, maar gaan her- en derwaarts ter kerk; of houden bij afdeelingen onderling godsdienstoefening. — De 2 Evang. Luth., die er wonen, behooren tot de gem. van Goes, zijnde eene filiale gem. van Middelburg.
De R. K., van welke men er 720 aantreft, maken met die van eenige naburige gem. eene par. uit, welke tot het aartspr. van Holland-en-Zeeland, dek. Zeeland, behoort, en door eenen Pastoor bediend wordt.
De Isr., van welke men hier een tiental aantreft, behooren tot de hoofd- en ringsynagoge van Zierikzee, bijkerk Goes.
Men heeft in deze gem. eene school, welke gemiddeld door een getal van 120 leerlingen bezocht wordt.
Het d. Heinkenszand, ook wel gespeld Heinkenszande, Heinkensand of Heinkeszand, vermoedelijk eigenlijk Hendrikszand, en in de wandeling veelal Heintjeszand geheeten, ligt 1 ¾ u. Z. W. van Goes.
De Heeren van Schenge hadden reeds in 1289, tusschcn de Schenge en de Loijve, het Oudeland van Heinkenszand bedijkt, waarbij spoedig het Oosterland, en de Oude-kamer aangewonnen werden, en dat eindelijk door de geheele verlamming van de Schenge, bij de bedijking der Sakpolders aan het Brede werd vastgehecht. De uitmuntende ligging aan de Loijve, die in het Zwake uitliep, en tot in het midden der vijftiende eeuw de hoofdstroom was, door welke men uit Middelburg naar Antwerpen opvoer, en de bijzondere waarde dezer nieuwe gronden, lokten spoedig zulk eene menigte bewoners herwaarts, dat deze dochter van's Heer-Arendskerke hare moeder weldra in schoonheid en rijkdom voorbijstreefde: Het plagt voormaals zeer volkrijk te zijn en twee korenmolens te hebben, welke voor deze lieden genoeg te malen hadden.
De voortgaande verlanding had echter reeds in het begin der zeventiende eeuw aan alle scheepvaart een einde gemaakt, waardoor de welvaart eenigzins afnam, en het getal inw. verminderde. Het d. echter is nog steeds een der fraaiste van het eil. Zuid-Beveland gebleven. Het bestaat uit een vrij lange en breede straat, op het middel gedeelte wederzijds met huizen bebouwd.
De kerk, die voor de Hervorming aan den H. Blasius toegewijd was, en later door de Herv. gebruikt werd, was een zwaar, op twee rijen pilaren rustend gebouw, hetwelk op verzoek van den toenmaligen Ambachtsheer Jan van Schenge in het jaar 1458, tot eene par. kerk verheven werd. Hoewel reeds lang in verval, mogt het echter nog een ruim en zeer schoon gebouw genoemd worden. Van den toren, die zeer hoog en fraai was, had men, onder het Fransch bestuur de spits afgenomen, en in diens plaats een telegraaf gesteld, welke de seinen van den abdijtoren te Middelburg overnam, en waardoor men, in weinig meer dan 50 minuten, te Antwerpen de tijdingen uit zee kon hebben; later is de telegraaf weggenomen, en zij heeft weder plaats gemaakt voor eene kleine spits. In de kerk vond men een fraai gedenkstuk ter eere van Mr. Izaäk Hurgronje en vrouwe Johanna van Dishoek; het was een zwart marmeren grafnaald met wapenschilden en opschriften op wit marmer. Eene levensgroote afbeelding van den tijd, van wit marnier, stond daar nevens. In 1845 is deze kerk met den toren geheel afgebroken, en wordt eene nieuwe, kleine naar den tegenwoordigcn toestand der gem. ingerigte, sierlijke kerk, met een torentje, in de plaats gebouwd.
De R. K. kerk, aan den H. Blasius toegewijd, was vroeger de ridderhoeve Barbestein, welke in het jaar 1816 tot haar tegenwoordig gebruik is ingerigt, en in de jaren 1836 en 1837 geheel vertimmerd, en tot, een waardig heiligdom gemaakt is, uit subsidien van het Rijk en de Provincie, benevens bijdragen van de gemeente, waaronder vele van de Hervormden. Zij prijkt met een torentje, en de dienst wordt door een klein orgel ondersteund.
Men heeft hier een Departement der Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen, dat in het jaar 1835 is opgerigt, en 40 leden telt.
Vroeger had men hier de ridderhofsteden Watervliet en Barbestein. Het eerste, hetwelk aan de Z. W. zijde der straat stond is op het laatst der vorige eeuw geheel verdwenen. Barbestein is thans, zoals als wij vroeger gezegd hebben, de kerk der R. K.
Het wapen dezer gem. is hetzelfde als dat van de heerl. Heinkenszand.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Heinkenszand