Kieldrecht (Groot-), pold. in Staats-Vlaanderen, in Hulster-Ambacht, prov. Zeeland, arr. Goes, kant. en distr. Hulst, gem. Clinge; palende N. aan de pold. Nieuw-Kieldrecht en Klein-Kieldrecht, O. en Z. aan de Belgische prov. Oost-Vlaanderen, W. aan den Polder-van-Clinge.
Deze pold., schotbaar groot 356 bund. 8 v. r. 34 v. ell., heeft eene kadastrale uitgestrektheid van 613 bund. 43 v. r. 41 v. ell., en is in 1687, na vroegere doorbraken en doorstekingen, onder den naam van den Polder-van-Kieldrecht-en-Statenbodem, ingedijkt, gezamelijk met den pold. Nieuw- Graauw of Willem-Hendriks-polder, krachtens octrooi, verleend door de Staten-Generaal der Vereenigde Nederlanden, den 4 Maart deszelfden jaars, van welke indijking de bijzonderheden voorkomen op den Willem-Hendriks-polder (zie dat woord).
Den 18 Julij 1745 werden, ter beveiliging van en verdediging der vesting Hulst, de evengemelde polders op nieuw doorgestoken, doch in 1780 weder beverscht, als wanneer van den Polder van Kieldrecht, te voren bestaan hebbende uit elf gangen of kavels, drie gangen, zijnde de achtste, negende en tiende, zijn afgenomen en in eene bijzondere dijkaadje, onder den naam van Klein-Kieldrecht, begrepen; sedert welken tijd deze polder, ter onderscheiding van den volgenden, Groot-Kieldrecht is genoemd. In dezen pold. staan 7 boerenhofsteden en 5 bijzondere woningen. Hij ontlast zijn overtollig water in de Moervaart, welke, door de buitengrachten der stad Hulst, gemeenschap heeft met het zijkanaal van Axel en daardoor met het Groot kanaal van Neuzen. De dijksdirectie bestaat uit eenen Dijkgraaf, eenen Gezworene en eenen Ontvanger-Griffier.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Kieldrechtpolder