Fortrapa of Fortrappa, plaats, voorkomende in eenen brief van Dirk, Graaf van Holland, van het jaar 923 , als zuidelijke grens van zijn graafschap.
De Schrijvers zijn het er niet over eens waar deze plaats gelegen was, ons komt het echter het waarschijnlijkst voor, dat men haar in het eil. Zuid-Beveland, prov. Zeeland, zoeken moet, en wel bij 's Gravenpolder, alwaar reeds voor vele eeuwen een Voirtrap bekend is. Het oudste blijk daarvan is van den 4 December 1325, waar de Graaf den tegenwoordigen Gravenpolder noemt: » onze polder van Vor- » trappe." Twintig jaren later verbond de Graaf, benevens andere inkomsten in Zuid-Beveland, » onse tolre toit Jheersickeroirde. onse « molenrenten toit Remburswale ; onse lant, tiende endepacht toit Scafte- » kynspolre: onse tiende ende renten van Voirtrap. onse geleide op de » Hontei onse molen toit Jheersic; onse veer tusschen Bersel ende » Beeflant en al onse renten die wi hebben in Nooirtbeeflant." En den 13 November 1358 gaf de Hertog nog aan Jan Luxzoon: de kos- » terie in Verdrapepolre." Sedert geraakte deze benaming in onbruik. In eenen brief van 8 Junij 1386 is bet reeds: » 's Gravenpolre » ter Nieuwercapelle in Zuutbevelant en van daar vindt men dan ook, in de lijsten der Zeeuwsche kerken, kapellen en kloosters, welke onder den Bisschop van Utrecht stonden: Voirtrap alias 's Gravenpolder (Men zie dit nader gestaafd door onzen geleerden medearbeider J. Ab Utrecht Dresselhuis in diens werk de Provincie Zeeland, in hare aloude gesteldheid en geregelde vorming beschouwd, bl. 55-58).
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Voortrap