Dongen, gem. in de bar. van Breda, prov. Noord-Braband, Tweede distr., arr. 's Hertogenbosch, kant. Tilburg (8k. d., 14 m. k., 6. s. d.); palende N. aan de gem. 's Gravenmoer, Waspik en Capelle, O. aan Loon op Zand, Z. aan Tilburg en Gilze-en-Rijen, W. aan Oosterhout.
Deze gem. bevat, behalve het d. Dongen, de geh. Breestraat, Klein-Dongen, Dongenschevaart of Vaart-Kwartier, Eind, Groenstraat en den Ham. Zij beslaat, volgens het kadaster, eene oppervlakte van 2481 bund., waaronder 2376 hund. 62 v. r. 90 v. ell. schotbaar land, en telt 558 h., bewoond door 646 huisgez., uitmakende eene bevolking van 3200 inw., die meest hun bestaan vinden in den landbouw. Ook zijn in deze gem. een steenen en een houten graanmolen. Bij den eerste, welke tevens schorsmolen is, is ook een watermolen, welke in de wintermaanden door het water van de Donge in beweging wordt gebragt. Vroeger had men er mede eene fabrijk van kaatsballen, die aan vele handen werk verschafte, doch deze is niet meer in werking.
De Herv., die hier 220 in getal zijn, maken eene gem. uit, welke tot de klass. van Breda, ring van Geertruidenberg behoort. De eerste, welke wij als Leeraar in deze gem. vermeld vinden, is Alexander van der Lith, die hier in het jaar 1644 stond en in het jaar 1662 naar Terheyden beroepen en derwaarts vertrokken is. Het beroep is eene koninklijke collatie.
De R. K., van welke men er ongeveer 3000 telt, onder welke 2400 communicanten, maken eene par. uit, welke tot het apost. vic. van het Nederlandsch gedeelte des voormaligen bisdoms van Antwerpen, dek. Breda behoort, en door eenen Pastoor en twee Kapellanen bediend wordt.
Er zijn in deze gem. drie scholen, als: twee in het d. Dongen, waaronder een godsdienstig instituut voor Meisjes, gemeenlijk het klooster of pensionaat genoemd, en een in het Vaart-kwartier, welke drie gezamenlijk, gemiddeld door een getal van 340 leerlingen bezocht worden.
Vroeger stond onder deze gem. ook een kasteel van de Heeren van Dongen, het Huis Te Dieren geheeten. Zie Dieren (Huis-te-).
In het jaar 1281, vindt men, dat Geraert van Ylga, op Donderdag, na Grooten Vastenavond, voor Willem, Heer van Altena, en Hoorne, de, goederen te Dongen opdraagt, ten behoeve van Wouter Volkaerts. Doch in het jaar 1312 verpandde Guy van Vlaanderen, Heer van Rijkenburg, en zijne gemalin, Beatrix, Vrouw van Putten en Strijen, deze heerl. aan Willem van Duvenvoorde, Heer van Oosterhout, aan wien Gerard, Heer van Hoorne, Perweys en Herlaer, op Zaturdag na St. Laurcns (10 Augustus) 1329, het hooge geregt van Dongen gaf, welke gifte bij Willem, oudsten zoon des Heeren van Hoorne, Zondag na St. Pieter en Paulus (29 Junij) 1339, bekrachtigd is.
Willem van Duvenvoorde heeft, als Heer van Dongen , bij zijne opene brieven, gegeven des zaturdags na Pinksteren, 1580 , aan zijne dochter Beatrix, huisvrouw van Heer Roelof van Daelhem, verkocht en opgedragen, zijne woning te Dongen, met de hofstad, te houden ter leen van hem en zijne nakomelingen, uitgezonderd het hooge en middelbare regtsgebied, hetwelk hij aan zich behield, en zulks voor de somma van 2722 ponden zwarte tournoisen (14,154 40 cents), onder uitdrukkelijk beding, dat ingevalle zijne dochter Beatrix, zonder wettige erfgenamen na te laten, kwam te overlijden, hij of zijne nakomelingen het gemelde goed weder zouden mogen lossen. Deze Beatrix was mede Vrouw van de Hooge en Lage-Zwaluwe, zoo als blijkt, bij de brieven, door haar in het jaar 1376 gegeven, waarbij zij, met haren oudsten zoon Willem van Daelhem, Heer van Dongen, het goed van de Hooge-Zwaluwe, met al zijn toebehooren, opdraagt aan Margaretha van der Lippe, Vrouw van de Leck en Breda, en haren zoon, verwekt bij Heer Jan van Polanen. Vrouw Beatrix heeft hij Heer Roelof van Daelhem, onderscheidene kinderen gewonnen, door welke en hunne nakomelingen de heerl. van Dongen en de Lage-Zwaluwe, eenen geruimcn tijd in het geslacht van Daelhem zijn gebleven. Doch aangezien Jan van Daelhem, Heer van Dongen en Zwaluwe, eenen manslag aan Karel van Lier, Onderschout van Turnhout, en onderscheidene andere misdaden begaan had, zoo werden alle de leengoederen, die hij van het Huis van Breda ter leen had, bij vonnis van de Hoofd-en Leenbank van Breda, den 25 Februarij 1513, verbeurd verklaard ten behoeve van Hendrik, Graaf van Nassau, als Heer van Breda. Eenige jaren later hebben de erfgenamen van gezegde Jan van Dongen, afstand van al hun regt op die heerl. gedaan; waartegen Graaf Hendrik van Nassau, aan Roelof van Dongen overgaf, de hoeve van Laar, te Zondert, 250,guld. losrenten op Breda, 100 guld. lijfrenten enz., waardoor de heerl. Dongen, als zijnde een achterleen van Breda, weder met dat land vereenigd werd, zonder dat zij, sedert dien tijd, afzonderlijk, dan met het geheele Land van Breda te zamen, is verheven geworden.
Het d. Dongen ligt 6 u. W. ten Z. van 's Hertogenboseh, 3 u. N. W. van Tilburg. Men telt er, in de kom van het d., 80 h., die meest in eene lange straat staan, de inw. zijn er 560 in getal.
De Herv. kerk, die voor de Reformatie aan den H. Laurentius was toegewijd, ligt op eene hoogte en is een oud en stevig gebouw. Aan deze kerk is eene kamer, waar de regering vergadert. Op den dikken toren dezer kerk was, gedurende het Fransche bestuur en de Belgische onlusten, eene telegraaf geplaatst.
De R. K. kerk, aan den H. Laurentius toegewijd, is in het jaar 1828 gebouwd. Het is een zeer fraai gebouw dat met eenen spitsen toren en een orgel prijkt.
In het godsdienstig; instituut voor meisjes, waar, door ccn getal van 5 zusters, onderwijs wordt gegeven , en dat mede eene eigene kapel heeft, waarin door eenen afzonderlijken Priester dienst wordt gedaan, genieten een getal van ruim 50 jongejufvrouwen onderwijs. De dorpschool wordt gemiddeld door een getal van 240 leerlingen bezocht.
De kermis te Dongen valt in den eersten Zondag in September, de beestenmarkten Woensdag voor Palmzondag, den 10 Augustus en Dingsdag voor Allerheiligen.
Het wapen van deze gem. bestaat in een veld van azuur (blaauw), beladen met twee boven- en benedenwaarts getande balken van goud.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Dongen