Moeren (De), streek lands in de bar. van Breda, prov. Noord-Braband, Vierde distr., arr. Breda, kant. Ginneken, gem. Zundert-en-Wenhout. Zij beslaat eene oppervlakte van 242 bund. 80 v. r. het is eene zeer groote heide, vol zandheuvelen, alwaar men vennen vindt, waaruit turf gestoken wordt en waarbij hier en daar vroeger houten woningen der arbeiders gestaan hebben. Ook liggen hier in de vlakke heide zeer groote uitgemoerde vennen, die vol water staan, behalve in ongemeen heete zomers. Deze vennen zijn zeer vischrijk. Deze grond, te voren een woestenij, is uitgegeven, bij Filips Willem, Prins van Oranje, Heer van Breda, in 1618, en de acte is onderteekend Maurice de Nassau. In de quitantie der laatste betalingen gedaante Breda, aan Panhuysen, Thesaurier-Generaal van den gemelden Prins, in 1619, vindt men de namen van Sebastiaan Jansen van der Schoot, Marcelis Snellen, Thomas Arnouts Roovers en Goris Jansen Ver Dres, als pachters. In de Moeren treft men twee fraaije buitenplaatsen aan, genaamd de Beneden-Moeren, de eene in eigendom toebehoorende aan Mevr. de wed. Corn. P. T. van der Hoeven, geb. Broekhoven van Jaarsvelt, woonachtig te Breda, welke buitenplaats, met bijbehoorende bouwhoeven, eene oppervlakte beslaat van 119 bund. 14 v. r. 17 v. ell., en de andere behoorende aan den Heer Frans Joseph Marie Bellini, woonachtig te Rotterdam, eene oppervlakte van 56 bund. 91 v. r. 90 v. ell. Voorts telt men in De Moeren 12 h. en 90 inw.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van De Moeren