Clinge gem. in Staats-Vlaanderen, in Hulster-Ambacht, prov. Zeeland, arr. Goes, kant. en disir. Hulst (12m. k., 5 s. d., 5 k. d.); palende N. aan de st. Hulst en de gem. Graauw-en-Langendam, O. aan de Saftingerschorren en de Belgische gem. Kieldreeht, Z. aan België en W. aan de stad Hulst en de gem. St Jan-Steen.
Zij bestaat uit de pold. Clinge, Groot-Kieldrecht, Klein-Kieldrecht, Nieuw-kieldrecht en Saftinge, bevat de geh. Clinge en de Hollandsche-Kauter, benevens de buurs. de Kapellebrug of Oude-Kapel, en beslaat, volgens het kadaster, eene uitgestrektheid van 3239 bund.
Er zijn hier 239 h,, en, behalve eene hierbrouwerij en eenen windkorenmolen, geene fabrijken. De bevolking bedraagt ongeveer 1500 zielen. De inw. vinden meestal hun bestaan in den landbouw, vlashandel, spinnerij, het maken van klompen en het zouten van ansjovisch; welke laatste tak van nijverheid tevens met de visscherij op mosselen en andere schelp- en platvisch, alleen door de inw. van het geh. de Hollandsche-Kauter gedreven wordt, in welk geh. een overzetveer op het eil. Zuid-Beveland bestaat, terwijl van daar twee marktschuiten op Rotterdam varen.
Het grootste gedeelte der ingezetenen, die bijna allen R. K. zijn, behoort kerkelijk tot de Belgische par. De Clinqe; terwijl de bewoners van het geh. de Hollandsche-Kauter en die van den pold. van Saftinge, hunne godsdienst in het dorp Kieldrecht oefenen. — De enkele Protestanten, die zich hier onder de Rijksambtenaren bevinden, worden, met en benevens een enkel Herv. huisgezin, tot de gem. Hulst gerekend.
Scholen bestaan hier niet; de kinderen genieten onderwijs in de dorpsscholen van de Belgische gem. de Clinge, Kieldrecht en eenige te St. Jan-Steen.
In de strekking van het W. naar het O. loopt door deze gem. eene niet meer bevaarbare kreek , voortkomende uit de grachten van de stad Hulst, welke, na de polders Clinge, Klein-Kieldrecht en Nieuw-Kieldrecht te hebben doorloopen, in laatstgemelden polder eindigt. Deze kreek maakte een gedeelte uit van de voormalige versterkte linie, welke zich van de buitengracht der stad Hulst tot aan het fort de Zandberg (zie dat woord) uitstrekte, en aan dat water bestond, vóór de omwenteling van 1795, een fortje, genaamd de Kijkuit, hetwelk in den pold. van Nieuw-Kieldrecht was aangelegd en waarvan thans nog een gedeelte der aarden borstweringen zigtbaar zijn.
Zoo lag, insgelijks in deze gem., de voormalige heerl. Maelstede, behoord hebbende aan het beroemde geslacht van dien naam, waarvan het verval dagteekent sedert den jave 1326 (zie het woord Maelstede).
De b. Clinge ligt 1 u. N. W. van Hulst en 8 u. Z. W. van Goes. - De naamsoorsprong van deze, tegen de grenzen gelegene buurt, is onbekend; althans kan die uit geene echte bescheiden worden bewezen. Men noemt haar ook Hulster-Clinge, ter onderscheiding van het daaraan palende Belgische dorp de Clinge, hetwelk dan de Vlaamsche of Waassche-Clinge genoemd wordt.
Het wapen dezer gem. is van keel, beladen met een zwaard van sabel, gevest van goud, geplaatst en bande. uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Clinge