Campen, geh. in Staatsvlaanderen in Hulsterambacht, prov. Zeeland, arr. en 7 u. Z. O. van Goes, kant., distr. en 2 u. W. N. W. van Hulst, gem. Stoppeldijk, 1 u. W. Z. W. van het d. Pauluspolder.
In den tegen het Hellegat gelegden en aan den polder Stoppeldijk behoorenden dijk van dit gehucht zijn de uitwateringsluizen, waardoor het overtollige water van een groot aantal polders in het Land van Hulst, uitgeloosd wordt. Voor den jare 1738 bestonden in den gezegden dijk, twee dubbele houten sluizen, doch in dat jaar is de eene buiten staat geraakt, om behoorlijk te kunnen uitwateren, en diensvolgens, in het jaar 1740, door eene kapitale nieuwe dubbele arduinsteenen zcesluis, voorzien van twee kokers, vervangen. Deze sluis is zoo veel grooter en van veel sterkere werking dan de vorige houten sluis gebouwd, omdat de groote Ingelanden van den pold. Stoppeldijk voorzagen, dat ook de andere, in 1730 gelegde, houten sluis zich weldra zoude begeven , en alzoo begrepen dat de nu gebouwde kapitale zeesluis alleen voldoende zoude wezen, om de uitloozing van den ovengenoemden polder en de daar achtergelegene polders naar eisch te doen plaats hebben. Gelijk men voorzien had is dan ook de kil vóór evengemelden houten sluis in 1744 zoodanig verland, dat de sluis geen werking meer konde doen.
Ten gevolge van eene, den 1e Sept. 1738 aangegane, conventie tusschen den pold. Stoppeldijk, ten eenere, en de daar achtergelegene polders Lamswaarde, Dullaert, Oost-en Westvogel, Hengstdijk, Sir Paulus, Langendam en Oude Graauw ter andere zijde, hebben de laatstgemelde polders aanzienelijke sommen, zoo bij omslag over de landen, als bij afkoop, aan eerstgemelden polder betaald, ter bestrijding der kosten tot het bouwen van meergemelde kapitale Zeesluis, onder gehoudenheid van de zijde van Stoppeldijk: » Om ten eeuwigen dage te Campen twee sluizen in cenen gangvaardigen staat te houden, ten einde daardoor aan hunne polders eene behoorlijke suatie te verschaffen."
Daar nu de bedoelde houtensluis geene werking meer deed, beweerden de achtergelegene polders, uit krachte van een vroeger contract, in dato 7 April 1650, dat de steenen zeesluis niet voldoende was voor de uitwatering hunner landen, en die van Stoppoldijk alzoo verpligt waren, om bovendien nog de houten sluis in behoorlijken staat te doen herstellen. Daar deze laatsten zich hier tegen verzetteden, is de zaak gebragt voor het Hof van Vlaanderen, met dat gevolg, dat de groote Ingelanden van Stoppeldijk, voorziende, dat het geschil ten hunnen nadeele stond te worden uitgewezen, den 11 Junij 1745, besloten, de oude houten sluis in questie te doen herstellen en gangbaar te maken; de sluiskillen te brengen in behoorlijken staat en door het aanbrengen van eenen zechouwcr met een Spui de kille des te beter open te houden, met last, om dit -werk ten spoedigs te bij de hand te nemen, en met alle vigilantie te voltooijen. De steenen zoo wel als de houten sluis, beiden voorzien met twee kokers, bestaan nog onder den naam van de sluizen van Campen en doen de vereischte werking. De bovenvermelde achtergelegene polders betalen thans tot behoorlijk onderhoud dezer sluiswerken , twee en een halve cent per gemet van 44 v. r. 86 v. ell.
Het geh. Campen bevat slechts 8 h., onder of in de nabijheid van den dijk gelegen, en door 50 zielen bewoond, benevens eene meestoof, welke echter op het grondgebied der gem. Ossenissc staat. Er is hier een overzetveer over het Hellegat op het Land van Axel. Ook varen er van het haventje van Campen marktschuiten op Rotterdam en Middelburg, en wordt daar veel graan ingescheept op Antwerpen en elders.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Campen