Burgvliet of Borgvliet, voorm. d. in het markgr. van Bergen-op-Zoom, prov. Noord-Braband, arr. en 7 u. W. ten Z. van Breda, kant., gem. en ¾ u. Z. van Bergen-op-Zoom, op eenen hoogen zandgrond, aan het Kreekerak.
Het wat voorheen eene op zich zelve staande heerl., met hoog en laag regtsgebied, die vroeger door het geslacht van Van der Dilft is bezeten, maar in het jaar 1467 door Jan van der Dilft verkocht werd aan Jan, Heer van Bergen en Walhain, sedert welken tijd het steeds door dezelfde Heeren als Bergen-op-Zoom bezeten is, en in het markgraafschap besloten lag, zonder een gedeelte daarvan uit te maken. Eertijds behoorde tot deze heerl. een groote polder. Ook stond er een lusthuis van den Heer van Bergen-op-Zoom, die er tevens eene wildbaan had: doch alles is, omtrent het einde der vijftiende eeuw, onder water.geraakt. Van den polder ziet men nog hier en daar eenige hoogten, die van tijd tot tijd door het water worden weggenomen. Van het lusthuis is-niets en van de wildbaan maar zeer weinig overgebleven.
Dit dorp heeft van tijd tot tijd veel aanstoot, zoo van plundering, als andere oorlogsonheilen, geleden: zoo werd het kasteel in het jaar 1581, door eenige Fransche krijgsknechten, die voor de Staten te Bergen-op-Zoom in bezetting lagen, afgebrand, opdat de Markgraaf Jan van Withem, die het met de Spanjaarden hield, daarin, ten nadeele van de stad, geen soldaten zoude leggen. Zes jaren later werd het dorp genoegzaam geheel verwoest, door de inlegering der Spanjaarden, die de stad Bergen-op-Zoom belegerden. Maar inzonderheid heeft, het veel geleden bij de belegering dezer vesting, in het jaar 1747, want toen bleef er geen enkel huis over. Thans vindt men er een geh.van 4 of 5 h. (herbergen en boerderijen), bewoond door 73 zielen.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Borgvliet