Borssele-Beoosten-IJve, Borssele-Beoosten-Vijfzode of Oost-Borssele, voorm. eil. in Zeeland, Z.W. van Zuid-Beveland; palende N. O. aan den Dierik, Z. O. en Z. aan de Wijhing- éé, W. aan de IJve.
Het bevatte drie dorpen: als: Everinge, Ellewoutsdjjk en Coudorpe. Van welke alleen Ellewoutsdijk nog aanwezig is, zijnde de beide andere door het water'verzwolgen. Later is de grond, waar zij gestaan hebben, weder beverscht en, Borssele-Beoosten-Vijfzode en Borssele-Bewesten-Vijfzode, tot één eiland vereenigd (zie voorts het art. Borssele).
De bezitters der heerlijkheden in dit eil. onderscheidden zich reeds vroeg door den bijnaam van Everinge. Een dier Heeren, Doedijn van Everinge, is ons op het art. Baarland als een dappèr krijgsman ontmoet (zie hierboven bl. 16). Toen in het jaar 1385, Wolfert van Everinge kinderloos stierf, vervielen zijne leenen aan den Landvorst, zijnde destijds Albregt, Hertog van Beijeren, die, behalve de gezegde leenen, ook het slot te Ellewoutdijk, waarop de Everinge hun verblijf gehouden hadden, den molen enz., aan zich trok, voor de schuld die Wolfert bij hem had. Hij verkocht dit alles naderhand aan Raes van Borssele van Sandijk. Toen diens zoon Floris al wederom zonder kinderen stierf, en het goed dus andermaal aan den Graaf kwam, stond deze het, in het jaar 1399, af aan den rijken Nicolaas van Borssele van Kortgene. Eerlang keerden echter deze leenen andermaal aan den Leenheer terug. Vrouw Jacoba schonk ze, in het jaar 1418, aan haren schildknaap Willem van der Does; doch in 1426 werden ze door Filips van Bourgondië aan dezen ontnomen, en verkocht aan Wolfert van der Maalstede, Baljuw van Goes, door wiens dochter zij vervolgens in handen der Van Renessen geraakten, uit welke familie zij in die der tegenwoordige bezitters, de erven van Mr. G. Baron de Perponcher Sedlinitzky, overgingen.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Borssele-Beoosten-IJve