Biezelinge, Bieselinge, ook wel Biezingen, d. op het eil. Zuid-Beveland, prov. Zeeland, arr., kant., distr. , 1½ u. Z. O. van Goes, gem. Kapelle-Biezelinge-en-Eversdijk, ¼ u. Z. van Kapelle, aan eenen straatweg, die van Goes derwaarts leidt.
Dit dorp is zeer oud, zoo dat men het reeds in het jaar 1300 vermeld vindt. Vroeger was het eene groote en door scheepvaart bloeijende plaats, met eene haven, die door verlanding geheel verdroogd is, doch waarvan de sporen nog zigtbaar zijn. Het ontleent zijnen naam van de Biezelinge, die hier voorheen gevloeid heeft (zie het volgende art.) en op welks oostelijken oever het gesticht is. Thans is het nog een net dorp , met ongeveer 400 bewoners, die meest hun bestaan vinden in den landbouw.
De Herv., die hier ruim 330 in getal zijn, behooren tot de gem. Biezelinge-en-Eversdijk, waarvan hier de kerk staat, die niet zeer groot maar vrij net is. Deze kerk die vóór de Hervorming de kloosterkerk was van het vroeger hier gestaan hebbende stift van adellijke Jonkvrouwen Jeruzalem (zie dat woord), werd, op den 17 April 1529, door Karel V tot eene parochiekerk verklaard, terwijl hij tevens bepaalde, dat zij zoude ondergeschikt blijven aan het kapittel der Moederkerk te Kapelle, hetwelk ook twee derde van alle inkomsten zoude genieten, doch verpligt was, bij de twee, reeds aanwezige, Kapellanen, eenen bekwamen Pastoor of Priester te zenden, die het overige derde deel van de inkomsten genieten zou, maar door de ingezetenen te Biezelinge van eene bekwame pastorij voorzien moest worden. Men had er echter van deze bepaling niet lang genot. De in die eeuw zich uitbreidende Kerkhervorming, won ook hier veld, en, op den 1 December 1578, werd voor Kapelle en Biezelinge een Hervormd Predikant benoemd. Later zijn deze gemeenten echter van elkander gescheiden, zoo als zij dit thans nog zijn.
De weinige R. K., die men er vindt, worden tot de statie van Goes gerekend.
De dorpsschool wordt, gedurende den winter, door een gemiddeld getal van 70 leerlingen bezocht.
De wekelijksche graanmarkt, die men hier vroeger plagt te houden, is geheel verdwenen. Van ouds was hier ook een kommandeurschap der Ridders van Maltha, staande onder de balie der Ridders van Utrecht.
Te Biezelinge was geboren zekere Marinus Cornelisz. Baarsdorp, een Priester, die, na eerst eene pelgrimaadje naar het Heilige Land te hebben gedaan, in het jaar 1623 te Mechelen een geestelijk gasthuis stichtte, waarin hij schoolmeester was, terwijl hij tevens alle zijne goederen, roerende en onroerende, aan het gemelde gasthuis maakte, ten dienste van de arme kinderen, om aldaar van hun negende jaar af in de R. K. godsdienst, in het lezen en schrijven en in eenig handwerk onderwezen te worden; onder voorwaarde dat eerst zijne bloedverwanten en daarna zijne landgenooten den voorrang zouden hebben.
Biezelinge is eene heerl. en was als zoodanig vroeger een goed leen, hoewel de Ambachtsheeren deze plaats gemeen hielden met Kapelle, zoodat die eenig deel in de heerl. Kapelle had, ook voor zulk een gedeelte Heer was van Biezelinge. Thans wordt deze heerl. in eigendom bezeten door onderscheidene personen.
Het wapen van Biezelinge bestaat in een schild van goud, beladen met een keper en drie sterren van sabel.
uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Biezelinge