Baarland, of Baerlandt, d. op het eil. Zuid-Beveland, prov. Zeeland, arr., distr. en 2½ u. Z. van Goes, kant. en 2 u. Z. O. van Heinkenszand, gem. Baarland-en-Bakendorp, ongeveer ½ u. van de Hont, waarmede het door eene haven gemeenschap heeft, met vruchtbare landerijen en waterrijke beemden.
Het is eene heerl., waarvan in oude tijden een hoog edel geslacht zijnen naam ontleende. Een der afstammelingen van dit geslacht was Hugo van Baarland, die in 1595, als eenen der handdadigen of medepligtigen aan den moord van Graaf Floris V, zijne euveldaad te Dordrecht op het rad boette. De heerlijkheid moet echter toen reeds niet meer geheel door dit geslacht zijn bezeten geweest, want den 18 October 1295 deed Dodijn van Everingen, ten behoeve van Floris van Henegouwen, Prins van Morea, afstand van alle zijne aanspraken op het goed, hetwelk lag in Baarland, Badickendorp (Bakendorp) en Oudelande, en eertijds aan Nicolaas Vriese toebehoord had. Door den dood van Floris van Henegouwen kwam de heerl. Baarland (althans West-Baarland) aan Willem III, Graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen, die daarmede, in het jaar 1312, Hendrik en Costijn van Renesse beleende, in wier geslacht deze heerl. lang gebleven is. Thans maakt Baarland met Bakendorp, Oudelande en Stuivezand gezamenlijk slechts ééne heerlijkheid uit, die een eigendom is van de Heeren Cornelis Adrianus van Boles, te Schiedam, en Mr. Jacobus de Bakker te Rotterdam.
Baarland is waarschijnlijk van hoogen ouderdom, zelfs wil men, dat het in het jaar 850 zoude bedijkt zijn, hoewel het in onze geschiedenis eerst omtrent het einde der 13de eeuw voorkomt. In het jaar 1295 landde bij dit dorp een troep van ruim 5000 Vlamingen aan, die aanvankelijk door plunderen en blaken, waarbij zij zoo min kerken als huizen verschoonden, hier groote verwoestingen aanrigtten. Maar Doedijn van Everingen en eenigen uit het geslacht van Van Borselen hadden niet zoodra 500 man Zeeuwen op de been gebragt, of zij trokken daarmede, den 12 October van het gezegde jaar, van twee kanten op de Vlamingen aan, en bragten er zelfs zoodanigen schrik onder, dat deze, hals over hoofd, naar hunne schepen vloden. De Zeeuwen zaten hen echter zoo digt op de hielen, dat velen in het water gejaagd werden en verdronken, terwijl anderen of afgemaakt of gevangen genomen werden. Het verlies der Vlamingen zoude bijkans 1500 man beloopen hebben.
Ten verzoeke van Heer Jan van Renesse van Renouwen, Heer van Baarland, Heer Jan van Renesse en Jan van Renesse van Everingen, wier beeldtenissen vroeger nevens elkander in een glas der kerk gezien werden, vergunde Hertog Albrecht van Beijeren, 1 Junij 1394, aan die van Baarland, om eenen wekelijkschen marktdag te mogen hebben op Maandag ( De brief bij Van Mierus, D. III, bl. 360, van 20 April 1390, betreft ene Woensdagmarkt, durende tot weder leggen, en is van deze onderscheiden.), met verbod aan de inwoners, zoo van Baarland als van Oudelande en Bakendorp, van eenig koorn of andere waren, daar buiten of uit hunne huizen te mogen vervoeren, vóór en aleer zij daarmede te Baarland te markt geweest waren, op verbeurte van tien pond zwarten (ruim 15 guld.) Jan IV, Hertog van Braband, vermeerderde de voorregten van dit dorp nog aanmerkelijk, bij zijnen openen brief, gegeven te Bergen in Henegouwen, den 8 December van het jaar 1418, verleenende aan de inwoners en ingezetenen van Baarland, Oudelande, Bakendorp, en het Nieuwland voor Baarland, benevens hunne nakomelingen, ten eeuwigen dage vrijheid, om overal binnen zijnen Lande van Braband, Holland en Zeeland, te water en te lande, van marktpenningen, pondgelden, tollen en geleide, tolvrij te mogen varen. Dit privilegie is bevestigd door dat van Keizer Karel V, gegeven den 29 September 1530, en werd nog, voor zoo ver Holland en Zeeland aanging, ten tijde der Republiek genoten, mits men eenen waarbrief van Baljuw en Schepenen van een dezer plaatsen toonde, waaruit bleek, dat de goederen werkelijk aan burgers van Baarland of van een der andere genoemde dorpen toebehoorden. Aan die van Baarland, Bakendorp, Oudelande en het Nieuwland voor Baarland is, in 1480, ook nog een privilegie gegeven door Wolfert van Borselen van Vere, Willem de Viese van Oostende en Jan van Ooostende, waarbij aan Kerkmeesteren van alle die heerlijkheden vergund en toegestaan werd, den parochie-accijns te verhoogen en te verlagen, naar hun welgevallen, tot onderhoud van hunne kerken, orgels, klokken, straten, ommegang en van alle de gilden aldaar. Dit privilegie is op nieuw bekrachtigd door de Heeren Staten van Zeeland, bij resolutie van 20 December 1606, en om die reden zijn deze vier heerlijkheden vroeger altijd vrij geweest van den tienden penning over den gratieuse concessiën, den Rentmeester Bewester-Schelde toegevoegd, en welke de meeste andere dorpen van Zuid-Beveland moesten betalen, die ook altoos hunne Edelmogende bij requeste verlof moesten verzoeken, om dien parochie-accijns te mogen heffen.
Thans is Baarland een fraai en groot d., dat met de onderhoorigheden ongeveer 481 bund. grond beslaat, en ruim 500 inw. telt, die zich meest allen met landbouw en veeteelt generen.
De Herv. hebben hier eene vrij luchtige kerk, welke met eenen hoogen toren prijkt, waarin vóór de Kerkhervorming eene vicarij van St. Jan was. Toen was zij merkelijk grooter dan thans, als rustende op twee rijen pilaren. In den zomer van 1552 sloeg er de bliksem in, waardoor zij met een groot gedeelte des dorps verbrandde, doch zij werd hersteld ten koste van een deel harer bezittingen. Latere gebeurtenissen verslonden het overige zoo zeer, dat zij op die wijze niet meer onderhouden, kon worden, en in 1774 twee derde gedeelten moesten worden afgebroken, waardoor zij hare tegenwoordige gedaante verkreeg. Het orgel, dat thans in deze kerk gevonden wordt, is, in het jaar 1786, uit bijdragen van de Hervormde leden der gemeente en voorts uit de kerkfondsen bekostigd, en werd op den 1 October van dat jaar ingewijd. De gem., die 480 leden telt, behoort tot de klass. van Goes, ring van Borselen. De beroeping van den Predikant geschiedt door den kerkenraad, met medestemming van den Ambachtsbeer. De eerste, die hier als Predikant gestaan heeft, is geweest Arnold Wiels. Hij kwam den 1 December 1578 herwaarts en werd den 5 Julij 1581, op zijn verzoek, van de dienst ontslagen.
Vroeger stond op het Westeinde van Baarland, een weinig buiten het dorp, ook een zwaar kasteel Hellenburg, maar men ziet nu nog alleen aan het Oosteinde van de kerk, het oude heerenhuis, het Hof genaamd (Zie het volgende art.).
Er is hier een overzetveer op Zaamslag, Neuzen en andere aan de overzijde van de Hont gelegene plaatsen, en er vaart meestal om de veertien dagen of drie weken eene groote poon of pontschuit op Rotterdam en Dordrecht met granen en andere voortbrengselen der omgelegene landen. Men heeft er eene school, die door een gemiddeld getal van 80 leerlingen bezocht wordt.
Baarland is de geboorteplaats van den geleerden Hadrianus Barlandus of Adriaan van Baerlandt, geb. 1488, † omtrent het jaar 1542, als Hoogleeraar in de welsprekendheid aan de hoogeschool te Leuven, na zich, inzonderheid door zijne Kronijk der Hertogen van Braband en het leven van Karel de Stoute, Hertog van Bourgondie, als geschiedschrijver te hebben doen kennen, en van den geneeskundigen Hubert van Baerland, eenen tijdgenoot van Hadrianus, die eenige schriften betrekkelijk zijn vak heeft uitgegeven.
Het wapen van de heerlijkheid bestond voorheen uit drie baren van keel (rood) op een zilveren veld.

uit het Aardrijkskundig woordenboek van A.J. van der Aa uit 1839 en volgende jaren
Terug naar beschrijving van Baarland